Print Friendly, PDF & Email

De covid-19 pandemie en de maatregelen die genomen werden om de gezondheidseffecten in te dijken, hebben een grote impact op sociaal en maatschappelijk vlak en zullen zich nog lang laten voelen. Dat betekent dat een relancebeleid vraagt om meer dan de drie klassieke werven (arbeidsmarkt, economie en begroting). We moeten ook oog hebben voor de maatschappelijke relance en de uitdagingen binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Ook de sociale partners hebben dat in hun adviezen begrepen. Zij kiezen voor een sterke sociale poot, een gezinsvriendelijk arbeidsmarktbeleid, een e-inclusief beleid en een solide maatschappelijke dienstverlening met oog op werkbaar werk van het zorg- en welzijnspersoneel.

Een brede en diepe maatschappelijke impact

De quarantainemaatregelen legden een enorme druk op alle gezinnen: de inkomensonzekerheid, de combinatie werk-privé, thuisonderwijs, mantelzorg,.. . Het mentale welzijn en de sociale relaties van mensen kwamen zwaar onder druk te staan. De meest kwetsbare gezinnen worden het eerst en het zwaarste getroffen door deze crisis. Het Federaal Planbureau berekende dat de impact van de coronacrisis op het welzijn van de burger groter zal zijn dan tijdens de financiële crisis van 2008. Vooral vrouwen, 16-49-jarigen, laaggeschoolden, alleenstaanden met of zonder kinderen, personen die arbeidsongeschikt of werkloos zijn en personen met een laag inkomen zijn bijzonder kwetsbaar.

Grafiek: Armoederisico en financiële kwetsbaarheid van werkenden naar sector, voor corona (SERV, 2020)

In de zwaarst getroffen sectoren lag het armoederisico al voor de coronacrisis dubbel zo hoog en het risico op faillissement is hier vandaag bijzonder groot. Lage loonbarema’s, flexibele- en deeltijdse arbeidscontracten zorgen dat werknemers in de horeca, kunst, recreatie en handel weinig financiële reserves hebben. Vooral jongeren, kortgeschoolden, alleenstaanden met of zonder kinderen en huurders zijn tewerkgesteld in deze sectoren. Gezinnen die geen direct inkomensverlies lijden maar reeds flirten met de armoedegrens, lopen vandaag een groot risico op precariteit. De sluiting van de sociale restaurants en dienstencentra, en de stijgende kosten van energie en voeding doen de uitgaven oplopen.

Het Federaal Planbureau berekende dat de impact van de coronacrisis op het welzijn van de burger groter zal zijn dan tijdens de financiële crisis van 2008.

De OCMW’s merkten al een toename van de ondersteuningsvragen gedurende de periode van lockdown. Ze krijgen vragen naar voedselhulp, voorschotten op andere uitkeringen en schuldproblematiek. Vooral nieuwe steunvragers (studenten, alleenstaande ouders, lage middenklasse, …) die voorheen nog niet bekend waren met de OCMW-hulpverlening dienen zich aan.  De vraag naar een leefloon is slechts beperkt toegenomen. De OCMW’s verwachten dat de gevolgen zich pas later zullen laten voelen, zoals bij de crisis in 2008. Het Federaal planbureau berekende een sterke toename van het aantal toegekende leeflonen in 2020 en 2021.

Meer toegekende leeflonen in 2020 en 2021

Gegevens Federaal planbureu in SERV cijferrapport Corona

De wijzigende zorgvraag had daarenboven een grote impact op de welzijns- en gezondheidssectoren en hun werknemers: de overschakeling naar hulp op (digitale) afstand, de veiligheid en bescherming van het personeel, de hoge werkdruk en de psychosociale belasting… Het gebrek aan beschermingsmateriaal en testmateriaal vooral in de ondersteunende zorgvoorzieningen (de gehandicaptensector, woonzorgcentra, gezinszorg) is een grote lacune gebleken. Veel zorgvoorzieningen stonden bovendien financieel onder druk door de vraaggestuurde werking. De voorzieningen binnen de gehandicaptensector worden gefinancierd vanuit het persoonsvolgend budget. Nu mensen niet meer naar dagopvang kunnen, valt die financiering ook stil. De overheid moest tussenkomen om de continuïteit van zorg te garanderen.

Personeel in zorg- en welzijnssector staat onder druk

Gegevens: ZorgSamen barometer in SERV cijferrapport Corona

  • De verschillende overheidsniveaus waren gedwongen om op korte termijn maatregelen te nemen in het kader van de volksgezondheid en de economie. Er werd geld vrijgemaakt om de financiële situatie van ondernemingen en werknemers tijdelijk te vrijwaren. Binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondhied en gezin werden meteen maatregelen genomen om de crisiscapaciteit in de eerstelijnszorg te garanderen. Maar op een aantal andere terreinen werd eerder traag of niet verregaand genoeg ingegrepen. Het gehele proces verliep stroef en de nodig afstemming of overleg ontbrak. De ondersteunende zorgvoorzieningen en de thuiszorg  zijn pas laat opgenomen in het crisisbeheer, terwijl de besmettingen daar al opliepen.  Het tienpuntenplan voor de zorgvoorzieningen en de taskforce voor de woonzorgcentra kwam er pas toen het water al aan de lippen stond.  Men had al veel sneller moeten ingrijpen. Er was tot 8 april geen Vlaams coördinatiecentrum, geen noodplan en een tekort aan correcte en gedetailleerde cijfers over het aantal besmettingen en overlijdens in de zorgvoorzieningen.

De sociale partners willen niet terug naar business as usual

De Covid-19 pandemie heeft bestaande maatschappelijke ongelijkheden en onregelmatigheden genadeloos blootgelegd. Om te vermijden dat de huidige gezondheids- en economische crisis ook een aanslepende sociale crisis wordt moeten er nu een robuuster systeem van sociale bescherming, zorg en armoedepreventie komen. Werkgevers en vakbonden schuiven hiervoor samen 7 prioriteiten naar voor.

1. Een stevige sociale poot

Er is aandacht nodig voor wie eerder al moeilijkheden had en voor wie het nu door de crisis moeilijk(er) krijgt. Er werden weliswaar allerlei ad-hoc structuren opgezet, maar hier werden geen financiële engagementen aan verbonden. Vlaanderen heeft nochtans heel wat hefbomen in handen: tijdelijke bijkomende inkomensbescherming, het consequent inzetten van de armoede- en eenoudertoets, het verzekeren van de take-up van rechten, het vereenvoudigen van administratieve procedures, inclusieve communicatie, … .

Initiatieven rond sociale contacten, psychosociaal welzijn, opvang en zorg hebben een grote rol gespeeld tijdens de crisis. Sociale hulpverlening heeft op een flexibele en innovatieve manier gereageerd. Niet toevallig ging het vaak over net die organisaties waar recent stevig op werd bespaard. De versterking van de sociale hulpverlening is noodzakelijk om een antwoord te bieden op stijgende hulpvragen.

Het groeipakket, de Vlaamse kinderbijslag, is voor de sociale partners een universele maatregel in de strijd tegen kinderarmoede. Met de covid-19 toeslag van € 120 per kind gespreid over drie maanden, bereikt de Vlaamse Regering de meest kwetsbare gezinnen. De kwetsbare huishoudens zonder inkomensdaling en de huishoudens zonder kinderen komen echter van een kale reis terug. Ook zij worden geconfronteerd met stijgende kosten en hebben nood aan financiële ondersteuning, bijvoorbeeld via het toekennen van aanvullende steun voor huur of energie.

Grafiek: Meer dan helft van lagere inkomensgroepen verwacht meer uitgaven na lockdown

Cijfers NBB in SERV cijferrapport Corona

De sociale partners staan kritisch tegenover de vrije inzet van de extra middelen voor het lokaal sociaal beleid en het gebruik van lokale aankoopbonnen. De vrijheid van de lokale besturen om zelf te beslissen hoe ze de extra middelen inzetten voor financiële ondersteuning, trajectbegeleiding of andere initiatieven zoals bijvoorbeeld het organiseren van zomerscholen, maken het onzeker dat de middelen in elke gemeente terechtkomen bij de meest kwetsbaren. Een forfaitair consumptiebudget is niet het geschikte middel om tegemoet te komen aan de noden van mensen in armoede. Het is maar een pleister op de wonde. Op middellange termijn  is er nood aan een stevig collectief kader met adequate inkomensbescherming en voldoende en betaalbare (sociale) huisvesting aangevuld met maatregelen op maat die kunnen inspelen op zeer uiteenlopende situaties. Het lokaal sociaal beleid speelt daarin een belangrijke rol, maar een zekere mate van coördinatie door Vlaanderen blijft nodig.

2. E-inclusief beleid.

Door de crisis moesten heel wat mensen in versneld tempo digitale media en hulpmiddelen leren gebruiken (telewerk, studeren op afstand, zorg op afstand, ..).  Veel organisaties hebben snel kunnen schakelen en slagen er in om de best mogelijke zorg voor cliënten te blijven aanbieden, ook online. Toch blijft er nood aan opleidingen van het personeel, met oog op het veilig gebruik van de gepaste digitale communicatietools.

Alleen al in de jeugdhulp en gehandicaptenzorg zijn er 8.000 laptops, 7.200 tablets en 4.860 smartphones nodig.

Een grote groep mensen was bovendien niet mee met het digitaliseringproces. Alleen al in de jeugdhulp en gehandicaptenzorg zijn er 8.000 laptops, 7.200 tablets en 4.860 smartphones nodig, voor schoolwerk, voor communicatie tijdens het hulpverleningstraject (bv. via beeldbellen) en voor contacten met familie en vrienden. Volgens 65% van de ondervraagde organisaties is de beperkte gratis toegang tot het internet een probleem. (Sociaal.net (15/5/2020 – Een lockdown biedt unieke kansen voor digitale inclusie). Dit stelt de nood aan een e-inclusief beleid op scherp met aandacht voor een democratische toegang tot technologie en informatie, datageletterdheid en een aangepaste dienstverlening. De Vlaamse overheid moet hier een coördinerende en sturende rol in opnemen.

3.Gezinsvriendelijk beleid

Om op een werkbare manier weer aan het werk te gaan (en te blijven) moet de combinatie werk-privé beheersbaar zijn. Dit vraagt om een aangepast flankerend beleid. In het bijzonder een toegankelijke, kwaliteitsvol en flexibel aanbod aan kinderopvang en buitenschoolse opvang, ongeacht de inkomenssituatie van de gezinnen. Met aandacht voor de werkbaarheid, gezondheid en veiligheid van de begeleiders. Er is op dit vlak nog werk aan de winkel en de overheid heeft hier een sturende rol te vervullen.

Specifieke aandacht moet gaan naar de baanloze gezinnen waar niemand aan het werk is. Zij zullen harder getroffen worden door de inkrimpende economie dan werkzoekenden die minder ver van de arbeidsmarkt staan. De nodige drempels moeten weggewerkt om structurele werkloosheid te vermijden.

Mantelzorgers komen door covid-19 zwaar onder druk te staan. De professionele ondersteuning is beperkt. De dagcentra en respijtzorg – waarbij iemand maximum 60 nachten per jaar wordt opgevangen bij een erkende zorgaanbieder – zijn gesloten. Mantelzorgers staan vandaag 24/24 in voor de zorg. Er moet aandacht zijn voor de overbelasting van de mantelzorgers en de nood aan voldoende professionele ondersteuning en psychosociale begeleiding. Het faciliteren van de combinatie werk en zorg door de werkgever en overheid is hierin cruciaal.

Ook de wensen en noden van de bewoners van zorgvoorzieningen en hun familie moeten meegenomen worden. Het delen van goede praktijken werkt inspirerend en moet gestimuleerd worden.

4.Het belang van een solide maatschappelijke dienstverlening

De gezondheids- en welzijnsector heeft een grote aanpassingsvermogen getoond. Massaal hebben organisaties gezocht naar nieuwe manieren van werken. Er kon snel geschakeld worden vanuit de expertise op het terrein. De samenwerkingen tussen organisaties kwam heel snel op gang en was ongezien. Het is belangrijk om dat in de toekomst te kunnen vrijwaren. Dit vraagt ook om een engagement van de Vlaamse Regering in de vorm van investeringen in deze sectoren en organisaties om hen toegankelijk, kwaliteitsvol, beschikbaar en werkbaar te houden. De lineaire besparingsmodus van de voorbije jaren staat daar haaks op.

Op korte termijn moeten de zorg- en welzijnsvoorzieningen voorbereid zijn op een tweede uitbraak van de pandemie. Dit vraagt om het verbeteren van beslissingsprocessen, strategische voorraden van beschermingsmateriaal, schakelcapaciteit, responsiviteit … De Vlaamse regering moet hier een sturende rol in opnemen met duidelijke richtlijnen, de evaluatie van draaiboeken, opsommen goede praktijken, evaluatie van de taskforces en expertengroepen en de opties van noodopvang. Op middellange termijn is het belangrijk om over het gehele proces in de zorg- en welzijnssectoren een evaluatie te maken en de rol van de overheid hierin mee te nemen. De crisis leert alvast dat sturing en financiële ondersteuning door de overheid belangrijk blijven.

5.Vergeet de zorg- en welzijnsprofessionals niets

Zorg- en welzijnsorganisaties zijn afhankelijk van voldoende en goed opgeleid personeel als het gaat over het aanbieden van een kwaliteitsvolle zorg. In pre-COVID-19 tijden lieten de zorg- en welzijnssectoren al dalende werkbaarheidscijfers optekenen (Werkbaar Werk en SERV StIA-rapport).

Grafiek: Werkdruk in WZC stijgt vooral door gestegen zorgzwaarte bewoners en personeelstekort

Bron: SERV cijferrapport corona

Het personeel in  de zorg- en welzijnssectoren heeft de voorbije periode hun taken uitgevoerd onder nog grotere werkdruk rekening houdende met de veiligheidsrisico’s. Ook de psychosociale impact mag niet onderschat worden. De sociale partners vragen om concreet werk te maken van:

  • Aangepaste personeelsnormeringen met het oog op meer werkbaar werk en het kwalitatief functioneren van de diensten.
  • Preventie op de werkvloer en nazorgtrajecten rond de grote werkdruk en de psycho-sociale impact van de COVID-19 crisis om langdurige uitval door oververmoeidheid en langdurige blootstelling aan stress te vermijden.
  • Opleiding van de professionals binnen welzijn gericht op het omgaan met pandemieën en crisissituaties.
  • De promotie van de zorgberoepen verder te zetten en uit te breiden.
  • Een gelijke waardering van alle zorg- en welzijnspersoneel.

6.De vermaatschappelijking van de zorg meenemen in crisismaatregelen

Mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie bleven grotendeels in de kou staan bij de golf van spontane solidariteit. Dienstencentra deden hun deuren dicht, maar ook de dagopvang, de respijtzorg Allerlei voorzieningen waar ze normaal beroep op doen, sloten hun deuren. Bovendien bereikt het beschermings- en testmateriaal niet de mensen die thuis worden verzorgd. Deze crisis toont ons dat de ‘vermaatschappelijking van de zorg’, de beoogde verschuiving van de zorg in grote instellingen naar zorg in de eigen leefomgeving waar een grote rol is weggelegd voor mantelzorgers en buurtgerichte zorg, enkel mogelijk is wanneer er voldoende professionele ondersteuning en voldoende middelen tegenover staan.

Als we inzetten op vermaatschappelijking van de zorg, moet ook het opvangen van crisissituaties daaraan aangepast worden. Als het gaat over ‘zorg’ in de brede zin van het woord, kunnen we ons niet enkel beroepen op de individuele verantwoordelijkheid van burgers. Bij vermaatschappelijking gaat het over een gedeelde verantwoordelijkheid van individuen en de overheid, met de zorg- en sociale professionals als sleutelelementen.

7.De gezondheidscrisis als momentum aangrijpen

De middelen die ingezet worden in de sectoren zorg en welzijn, hulpverlening, armoedebestrijding, sociale economie, vrijwilligerswerkingen, enz. hebben een hefboomeffect door de impact die ze realiseren op het fysiek en mentaal welzijn van de burgers. Een crisis zet bepaalde bewegingen in gang. We moeten dit moment aangrijpen om te komen tot veranderingen, nieuwe praktijken onderzoeken en bestaande instrumenten herbekijken. Dit moet niet overhaast gebeuren. De maatschappelijke relance moet passen in bredere lange termijn doelstellingen, dit op basis van een datamonitoring en wetenschappelijke analyse van de problemen op vlak van inkomen, welzijn, ongelijkheid en armoede. We moeten komen tot maatregelen die structureel ingrijpen op  de situatie van kwetsbare gezinnen in het sociaal beleid, onderwijs, gezondheids- en woonbeleid.  De genomen crisismaatregelen moeten meegenomen worden in deze analyse.

Er moeten gerichte financiële maatregelen worden genomen om te vermijden dat sociale ongelijkheid verder zal toenemen. Een faire financiering van de crisismaatregelen moet hier deel van uitmaken. Het Vlaamse begrotingstekort is ongezien en zal nog lang aanhouden. Het relancebeleid mag zich niet enkel richten naar ondernemingen, maar ook de koopkracht van gezinnen moet mee genomen worden. We moeten vermijden dat opnieuw enkel de gezinnen de factuur krijgen gepresenteerd.  Een forfaitaire belasting of forfaitaire bijdragen moet vermeden worden.  Kortom tijd voor een herziening van onze Vlaamse fiscaliteit.

Wachten tot het juiste moment

De sociale gevolgen van de covid-19 crisis zullen zich de komende jaren nog sterk laten voelen. De uitdaging is de spontane vormen van solidariteit vanuit de samenleving om te zetten in structureel verankerde solidariteit vanuit het beleid. Met het voorliggend advies geven werknemers en werkgevers een krachtig signaal dat het tijd is voor verandering.  Sometimes all you need is a good crisis.

Een grote groep mensen wordt zwaar getroffen door de crisis. De mensen die het voorheen al financieel moeilijk hadden, maar ook mensen met lage inkomens die door de crisis in armoede terecht komen. Door de  crisis ontstaat er een grote groep nieuwe armen. Mensen die voorheen geen financiële zorgen hadden, maar vandaag noodgedwongen moeten gaan aankloppen bij het OCMW.  Bescherming en inkomen zijn daarom voor ons begrippen om veel breder te bekijken.  Het inzetten van het groeipakket in de aanpak van kinderarmoede, het consequent gebruiken van de eenouder- en armoedetoets, de investeringen in meer sociale woningen en steunmaatregelen voor huur en energie, zijn zaken die we als ABVV al lang vragen, vandaag lijken ook de werkgevers hier in mee te gaan.

De aanpak van deze gezondheidscrisis confronteert ons met de littekens van jarenlange efficiëntieoefeningen en besparingsoperaties. De coronacrisis toont net aan dat er nood is aan meer investeringen in de zorg- en welzijnssector. Algemener zal er ook een hernieuwd debat moeten komen over de rol van de overheid en van collectieve voorzieningen. Het wordt bovenal tijd dat men werk maakt van werkbaar werk in de sector. De cijfers van de laatste werkbaarheidsmonitor in de sector waren abnormaal slecht, en dat was nog voor de corona uitbraak. Het is dankzij de onvermoeibare inzet van het personeel in de zorg- en welzijnssector dat we staan waar we vandaag staan. Het is tijd voor een nieuw zorgpact, daar lijken de werkgevers zich nu ook achter te zetten.

In hun nieuwe richtlijnen moedigen UNICEF en de Internationale arbeidsorganisaties werkgevers aan om de impact van hun beslissingen op de families van hun werknemers goed af te wegen en om, in de mate van het mogelijke, een betere sociale bescherming te promoten. Het voeren van een gezinsvriendelijk beleid helpt in het  stabiliseren van arbeidsmarkt en de samenleving. Een betere combinatie werk-privé, betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang voor iedereen, betere ondersteuning van mantelzorgers en bescherming van werk en inkomen. Vandaag lijkt het moment rijp om er ook echt werk van te maken. Vraag is of de overheid volgt.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone