Tot de val van de Berlijnse muur was migratie in België de afgelopen decennia een redelijk overzichtelijk gegeven. Na twee verwoestende wereldoorlogen en dankzij de industriële groei had België goedkope werkkrachten nodig. En die zocht en vond het in Zuid-Europese en mediterrane landen: in de jaren 50 en 60 verwelkomden we werknemers uit (vooral) Turkije, Marokko en Italië. Deze gastarbeiders bleven lange tijd op zichzelf wonen, leven en werken. Hoewel het woord ‘gast’ een tijdelijk verblijf suggereert, zijn veel van deze mensen in België gebleven om hier verder hun leven op te bouwen. Dat verliep niet altijd en overal van een leien dakje, maar zowel voor werknemers als voor werkgevers ging het meestal slechts om 1 verschil.

Waar migratiestromen zich vroeger lieten samenvatten tot vier of vijf landen, valt het aantal landen van herkomst haast niet meer bij te houden.

Door gebeurtenissen op het wereldtoneel (de val van de muur in 1989, de oorlog in ex-Joegoslavië in de jaren 90, de uitbreiding van de EU, de oorlogen in het Midden-Oosten, de economische malaise in veel Afrikaanse landen), raakte de diversiteit aan migratie aan het einde van de 20ste eeuw en het begin van de 21ste eeuw in een stroomversnelling. Waar migratiestromen zich vroeger lieten samenvatten tot – grofweg gesproken – vier of vijf landen, valt het aantal landen van herkomst haast niet meer bij te houden. Het aantal culturen, talen, (stromingen van) religies, levenswijzen, eetgewoonten, …. kan niet meer in een aantal overzichtelijke groepen worden samengebracht. Het ene verschil, tussen Vlaming en Turk bvb, is er vele geworden. En dat heeft gevolgen.

Die ochtend in West-Vlaanderen

Februari 2019, een bedrijfje in West-Vlaanderen. In dit bedrijf werkten vroeger vooral laagopgeleide West-Vlaamse vrouwen. Zij voelden zich thuis op de werkvloer en de sfeer op de werkvloer was goed. Het publiek was een homogene groep van werkneemsters die tijdens de uitvoering van hun job met elkaar konden praten in hun eigen (West-Vlaamse) dialect.

Door de jaren heen is de werkvloer diverser geworden. Eerst een, dan langzaamaan alsmaar meer verschillende nationaliteiten en culturen samen op de werkvloer. Thaise dames, Roemeens of Pools. Plots gaat het niet meer over West-Vlaams begrijpen, maar simpelweg elkaar en alles door elkaar.

Sommige mensen vertrekken, anderen zijn ontevreden. Ook de directie weet niet goed hoe de groeiende problemen aan te pakken. Is dit racisme? Koppigheid? Of onderschatten ze de impact van al die nationaliteiten door elkaar op het personeel? Een ding is zeker, het werk moet gebeuren, en daarvoor nemen ze alles en iedereen aan die ze kunnen binnenhalen. Welke taal ze ook spreken.

Superdiversiteit?

Wat er gebeurt in dit West-Vlaamse bedrijfje heet superdiversiteit en gebeurt op vele plekken. Superdiversiteit is een relatief jonge term bedacht door de Amerikaanse antropoloog Steven Vertovec. In zijn artikel “‘Super-diversity and its implications, Ethnic and Racial Studies” (2007) betoogt Vertovec – die in Groot-Brittannië woont en werkt – dat migratie en de samenleving de afgelopen decennia een grondige gedaanteverandering hebben ondergaan. Waar migratie en diversiteit vroeger gekenmerkt werden door een beperkt aantal stromen (voor Engeland o.a. vanuit het Caribisch gebied en Zuid-Aziatische landen), is dit de afgelopen 30 jaren al lang niet meer het geval.

Superdiversiteit onderscheidt zich van de ‘klassieke’ diversiteit door te (h)erkennen dat de diversiteit aan diversiteit steeds groter wordt.

Migratie is een ontzettend complex en divers gegeven geworden: het aantal migranten groeit, maar ook de landen van herkomst en de reden waarom mensen andere oorden opzoeken. Daaruit volgt dat ook demografische samenstelling van het gastland veel complexer en dynamischer worden. Om deze nieuwe realiteit te benoemen, bedacht Vertovec dus de term ‘Superdiversiteit’.

Superdiversiteit onderscheidt zich van de ‘klassieke’ diversiteit door te (h)erkennen dat de diversiteit aan diversiteit steeds groter wordt. Niet alleen groeit de diversiteit kwantitatief (het aantal migranten neemt sterk toe), maar ook kwalitatief (de migranten onderling verschillen erg van elkaar).

De term en het bijbehorende concept werden hier in Vlaanderen relatief snel opgepikt. En de vergelijking met Groot-Brittannië was snel gemaakt. Ook in Vlaanderen hebben migratie en demografie de afgelopen decennia een behoorlijk nieuw en superdivers karakter gekregen.

Ready or not …

Tot spijt van wie het benijdt: superdiversiteit gaat niet meer weg. We merken het rondom ons. We horen het aan de talen op straat. We zien het in het nieuws. We lezen het in de kranten. We maken er zelfs ruzie over op Facebook en twitter. Het trekt mensen aan en het stoot sommigen mensen af. Maar het is hier.

Die realiteit brengt uitdagingen met zich mee. Verschillende talen, andere culturen, omgangsvormen, eetgewoonten, omgangsnormen, …. Het gaat vaak om relatief kleine verschillen, maar ze kunnen bevreemdend overkomen. Het is ook normaal dat dit soms wringt, zeker als zoveel verschillende mensen samenwonen op de relatief kleine oppervlakte die Vlaanderen is.

De cijfers tonen het aan: onze samenleving zal alleen maar meer divers worden. Superdiversiteit op de werkvloer – en in de maatschappij – is daarom een thema waar we als vakbond blijvend aandacht voor moeten hebben. Omdat wij staan voor een open samenleving. Omdat iedereen recht heeft op een waardige job die toelaat om meer te doen dan alleen maar overleven. Omdat niemand mag blijven steken in precaire jobs. Omdat niemand mag achterblijven.

Superdiversiteit is een feit? Dan moeten we dat aanpakken.

Maar vooral, omdat we bij het zien van problemen spontaan de handen uit de mouwen steken. Superdiversiteit is hier om te blijven? Superdiversiteit is een feit? Dan moeten we dat aanpakken. Zodat de mensen elkaar begrijpen. Zodat kleine en grote irritaties de werkzaamheid niet ondermijnen. Omdat een grote diversiteit vaak het meest aanwezig is in de precairste omstandigheden en bij de laagste lonen.

Werken op een superdiverse werkvloer… met de vakbond als bondgenoot

Als ABVV hebben wij daarom een dubbele opdracht:

Ten eerste: ervoor zorgen dat de werkvloer een afspiegeling is van onze maatschappij. De arbeidsmarktcijfers zijn frappant: In Vlaanderen heeft slechts 58,9% van mensen met een migratie-achtergrond een job. Dit staat in schril contrast met de ‘Vlaamse’ werknemers, waarvan maar liefst 74,9 % aan de slag is. De instroom én de retentie van personen met een migratie-achtergrond is niet altijd evident. Als delegee kan het lastig zijn om daar invloed op uit te oefenen of – ook dat -om daar zelf mee om te gaan. De diversiteitsconsulenten van het ABVV zijn experten in deze materie, en geven al 15 jaar ondersteuning op de bedrijfsvloer.

Ten tweede: ervoor zorgen dat de superdiverse werkvloer een succesverhaal wordt voor álle collega’s. Zoals reeds hierboven aangehaald, is een superdiverse samenleving – en ook de werkvloer is een vorm van een (mini-)samenleving – niet altijd vanzelfsprekend. Zowel om verschillende evidente (taal- en communicatieproblemen) en minder evidente (angst voor het onbekende, onzekerheid) redenen. De problemen duiden is niet zo moeilijk, maar oplossingen aanreiken is niet altijd zo makkelijk…

In alle Vlaamse provincies blijken bedrijven te bestaan die met vergelijkbare problemen worstelen. Daarom besluit de diversiteitswerking van het Vlaams ABVV een lerend netwerk op te starten.

Terug naar het West-Vlaamse bedrijfje. De directie begrijpt dat ze de problemen niet alleen aankan of ze niet onder de mat kan blijven schuiven. De vakbonden worden benaderd om samen het probleem aan te pakken en de diversiteitsconsulent van het Vlaams ABVV wordt ingeschakeld om de communicatie op de werkvloer en de sfeer te verbeteren. Samen met andere partners wordt een traject opgestart. In zo’n traject maakt de consulent samen met de delegees een grondige bedrijfsanalyse om te zien waarom er zaken niet goed lopen. Vervolgens bedenken ze haalbare stappen of acties die genomen kunnen worden en stellen die voor op het sociaal overleg.

Het West-Vlaamse bedrijfje blijkt niet uniek. In alle Vlaamse provincies blijken bedrijven te bestaan die met vergelijkbare problemen worstelen. Daarom besluit de diversiteitswerking van het Vlaams ABVV een lerend netwerk op te starten. Dit netwerk ‘Werken op een superdiverse werkvloer’ loopt van november 2018 tot juni 2019. Delegees uit verschillende centrales – allen werkzaam in superdiverse bedrijven – komen op regelmatige basis samen om ervaringen uit te wisselen. Ze benoemen en duiden hiermee kwesties die eigen zijn aan een superdiverse werkvloer en verzetten daarmee belangrijk pionierswerk. Op basis van hun verhalen, accenten en aanpak kunnen we vervolgens andere werkvloeren helpen om oplossingen te vinden of voorbereiden op mogelijke hindernissen. Zo bouwen we langzaamaan een handleiding uit die velen zal helpen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPrint this pageEmail this to someone