Print Friendly, PDF & Email

Het zal niemand verbazen: koopkracht staat bovenaan de ABVV-eisen. Niet alleen wij denken er zo over, ook de kiezer ligt er wakker van. Alle peilingen wijzen uit dat koopkracht top of mind is bij de meeste mensen. En terecht: de winkelkar is de laatste jaren veel duurder geworden.

Het Vlaams ABVV wil een deftig inkomen voor iedereen, zodat een volle winkelkar geen luxe is en je huis verwarmen betaalbaar blijft. Dat is in Vlaanderen niet evident (meer). Op tal van domeinen staat de doorsnee werknemer er minder goed voor. Of het nu gaat om de toestand van de zorg, de kinderopvang, de kostprijs van de woning of het rusthuis, niet zelden horen we dat er tekorten zijn en dat ontvangers of gebruikers de tering naar de nering moeten zetten.

Toegegeven: de federale Vivaldi-regering heeft er met tal van maatregelen (behoud index, verhoging minimumlonen, -pensioenen en uitkeringen, energietoelages, …) voor gezorgd dat de koopkracht van het grootste deel van de bevolking op peil bleef. Maar een recente studie van de Thomas More Hogeschool bewijst dat dit voor de laagste inkomens niet altijd volstaat om menswaardig te leven. Voor vele gezinnen zijn minimuminkomens uit sociale bijstand, sociale zekerheid en arbeid nog steeds ontoereikend. De onderzoekers zijn dan ook duidelijk in hun aanbevelingen: “bijkomende inspanningen zijn nodig om arbeid tegen een laag loon toereikend te maken” en “de minimumuitkeringen moeten minstens opgetrokken worden tot aan de Europese armoedegrens”. Beide zijn eisen waar het Vlaams ABVV achter staat en blijvend actie rond onderneemt.

Het is belangrijk om goed te kijken naar wat de Vlaamse partijen de komende jaren van plan zijn met uw koopkracht.

Deed de Vivaldi-regering nog eerbare inspanningen, dan kan hetzelfde jammer genoeg niet gezegd worden van de Vlaamse regering: niet-indexering van het groeipakket, groeiende wachtlijsten bij sociale huisvesting en personen met een handicap, personeelstekorten in onderwijs en zorgcentra, … Het evenwicht op de Vlaamse begroting bleek belangrijker dan het ondersteunen van de koopkracht van de gezinnen.

Het is dus belangrijk om goed te kijken naar wat de Vlaamse partijen de komende jaren van plan zijn met uw koopkracht, op federaal en Vlaams beleidsniveau, en hoe hun voorstellen zich verhouden tot ons verkiezingsmemorandum. Want koopkracht, dat is natuurlijk je loon en de index, maar net zo goed de hoogte van de uitkeringen, van het kindergeld, van je energiefactuur, van de schoolrekening én voor sommige mensen ook van het armoedebeleid. Allemaal terreinen waar de politiek ook na 9 juni iets aan zou durven of net kunnen veranderen.

Centraal: de index

Uiteraard pleit het (Vlaams) ABVV voor behoud van de automatische index, en op papier worden wij daarin gevolgd door nagenoeg alle partijen. Maar: schijn bedriegt. Zo vinden we bij meerdere partijen een pleidooi voor een netto index (liberalen) of andere aanpassingen aan het systeem (uitzonderingen bij hoge inflatie, aanpassingen indexkorf, ..). Waakzaamheid blijft alvast geboden, want blijkbaar zijn politici als Premier Alexander De Croo (Open VLD) al vergeten hoe geweldig ze anderhalf jaar geleden het index-mechanisme wel vonden.

Centraal: het loonoverleg

Het openbreken van de onrechtvaardige loonnormwet – die onze lonen (te) laag houdt – vinden we terug bij Vooruit, Groen en PVDA. De andere partijen pleiten voor het behoud ervan. Het ABVV pleit al vele jaren voor een sterke hervorming van deze wet, met een indicatieve in plaats van een verplichte loonnorm, en wordt daarin gesteund door soms onverwachte vrienden. Maar de politieke rechterzijde is er blijkbaar van overtuigd dat lagere lonen voor werknemers beter zijn voor de economie en de samenleving.

Onze eis voor de verhoging van het minimumloon vinden we terug bij Vooruit, Groen, PVDA en VB. Al is die laatste partij daarin weinig geloofwaardig, aangezien zij op Europees niveau steevast stemden tegen een hoger minimumloon. De andere partijen spreken hier niet of nauwelijks over.

Opletten: de uitkeringen

De uitkeringen komen duidelijk in het vizier van de Vlaamse politieke partijen. Het verhogen van de uitkeringen richting de armoedegrens vinden we terug bij Groen en PVDA.

Inperkingen, gaande van meer degressiviteit bij werkloosheidsuitkeringen, plafonneren leefloon, middelentoetsen tot strengere voorwaarden verbinden aan de toegang tot uitkeringen vinden we terug bij Open VLD, N-VA, CD&V. De boodschap daar is dat werken maandelijks minstens 500 euro meer moet opleveren dan een uitkering. En dat willen ze dan vooral doen door een rem te zetten op de uitkeringen. Alleen: dat blijkt vandaag al zo te zijn. Een eerder ondoordacht streefdoel dus.

NV-A stelt zelfs voor om een aantal uitkeringen tot 5 maal toe niet te indexeren, een onzalig idee dat veel mensen in de armoede zal duwen. Gelukkig ook een idee waarmee ze wel helemaal alleen staan.

Wat breder bekeken zien we bij de rechtse partijen een versterking van de tendens die vandaag reeds bezig is, namelijk om allerhande vormen van sociale voordelen of tegemoetkomingen meer afhankelijk te maken van een extra voorwaarde rond het hebben van werk: in de kinderopvang, in het kindergeld, in sociale woningen en ga zo maar door.

Alle wetenschappelijke studies geven aan dat het beperken van de werkloosheidsuitkering in de tijd GEEN effect heeft op het vlak van meer mensen aan de slag krijgen.

VB stelt tegelijk een verhoging van de uitkeringen en een sterke inperking ervan voor (door te morrelen aan de duur, de voorwaarden en het toepassingsgebied). Het zijn ook de 4 (centrum-)rechtse partijen die voor een beperking van de duur van de werkloosheidsuitkering pleiten. Het gaat over voorstellen van duurtijd tussen de 2 en 4 jaar, eventueel met beperkte uitzonderingscategorieën. Belangrijk: alle wetenschappelijke studies geven aan dat het beperken van de werkloosheidsuitkering in de tijd GEEN effect heeft op het vlak van meer mensen aan de slag krijgen. Dit soort ingreep zal vooral tot effect hebben dat er meer mensen van een werkloosheidsuitkering naar een leefloon zullen gaan, opnieuw met vooral een verarming tot gevolg.

Vooruit neemt een tussenpositie in met behoud van de onbeperkte duur van de werkloosheidsuitkering, evenwel gekoppeld aan een verplichte basisbaan na 2 jaar werkloosheid aan een volwaardig loon.

Wat betreft de koopkracht van de pensioenen valt vooral op dat een aantal partijen willen morrelen aan de (vooral hogere) pensioenen van wie vandaag al gepensioneerd is. Open VLD wil de welvaartskoppeling enkel voor de minimumpensioenen en wil het systeem van de ambtenarenpensioenen aanpassen door de koppeling aan de wedden van nog werkende ambtenaren af te schaffen. N-VA voorziet dan weer 3 indexsprongen voor de pensioenen boven de 3500 euro bruto én wil de belastingvermindering voor pensioenen vanaf 1900 euro netto hervormen, wat voor deze groep een flink verlies kan betekenen.

Voor gezinnen: het groeipakket

Het groeipakket – het vroegere kindergeld – is op Vlaams niveau wellicht het belangrijkste wapen om gezinnen met kinderen te ondersteunen en kinderarmoede te bestrijden. Het Vlaams ABVV is dan ook duidelijk: het groeipakket moet geïndexeerd worden, de sociale toelagen voor kwetsbare gezinnen moeten omhoog en de federale middelen die Vlaanderen krijgt voor dit beleid moeten volledig aan het groeipakket besteed worden. Dat is de afgelopen jaren niet gebeurd, waardoor er meer dan 300 miljoen euro federale middelen die bestemd zijn voor het groeipakket daarvoor niet worden gebruikt.

Wat zeggen de verkiezingsprogramma’s van de Vlaamse partijen? Er tekenen zich 2 kampen af, waarbij het ene kamp voluit inzet op een indexering en versterking van het groeipakket en het andere gaat voor het toevoegen van allerlei voorwaarden. Twee partijen zitten daar tussenin: de liberalen gaan voorlopig niet voor grote wijzigingen t.o.v. vandaag en Vooruit gaat voor een hervorming die enerzijds ten voordele van de lagere inkomensgroepen is maar anderzijds ook de deur openzet naar het besteden van het budget aan andere sociale voorzieningen en niet meer aan cash.

De standpunten van CD&V en Groen liggen alvast op papier het sterkst in lijn met de ABVV- visie: geen voorwaardelijkheid invoeren, koppelen aan de gezondheidsindex, versterken sociale toeslagen. Bij CD&V moeten daar wel de nodige kanttekeningen bij geplaatst worden: het waren uitgerekend hun ministers die jaar na jaar het groeipakket niet indexeerden en dus in totaal meer dan miljard euro op de kinderbijslag bespaarden.

Groen stelt een positieve hervorming voor eenoudergezinnen voor. PVDA ligt in dezelfde lijn maar stelt voorop dat het groeipakket eerst geherfederaliseerd moet worden, een punt waarmee zij alleen staan binnen het politieke landschap en dat momenteel weinig realistisch lijkt.

Het groeipakket – het vroegere kindergeld – is op Vlaams niveau wellicht het belangrijkste wapen om gezinnen met kinderen te ondersteunen en kinderarmoede te bestrijden.

Open VLD blijft grotendeels bij het huidige systeem, is echter geen voorstander van een indexering en stelt voor de rest een beperkte hervorming voor op een aantal kleinere punten.

Vooruit zet in op een hervorming van het kindergeld ten voordele van de lagere inkomens. Er wordt niet in negatieve zin ingegrepen op de hoogte van het bedrag, maar er is ook geen algemene indexering. Er worden middelen in het systeem geïnvesteerd en deze gaan volledig naar de lagere inkomens via de sociale toeslagen. Er wordt ook een piste opengehouden om een deel van het totale beschikbare budget niet meer te besteden aan cash maar wel aan diensten zoals warme schoolmaaltijden, betaalbaar onderwijs en goede kinderopvang. Vooruit spreekt niet over extra voorwaarden gekoppeld aan het groeipakket.

N-VA heeft het niet over een hervorming, maar voegt wel de mogelijkheid toe voor het OCMW om beslag te leggen op het kindergeld ‘indien het niet goed besteed wordt’. Dat is een aanval op het recht van kinderen op kindergeld.

VB doet een radicale ingreep. Enerzijds zijn ze voorstander van indexering, anderzijds verlagen ze het basisbedrag met maar liefst een derde door dit deel onderwerp te maken van een aantal voorwaarden zoals een taalvereiste, goed gedrag en zeden, tewerkstellingsvoorwaarden, … Ze stellen ook een werkwijze voor waarbij burgers andere burgers (ouders of kinderen) kunnen aangeven indien zij de voorwaarden schenden, waarop er eventueel in het kindergeld ingegrepen wordt als sanctie. De verklikkersmaatschappij die het VB ook al wil uitrollen in het onderwijs gaat dus onverminderd verder.

Terzijde: tot het groeipakket deftig geïndexeerd wordt, schrijven wij het met kleine letter.

Noodzakelijk: een armoedebeleid dat werkt

Inzake armoedebeleid zijn er twee klassieke visies te onderscheiden: ter rechterzijde wordt voornamelijk ingezet op werk en activering als belangrijkste wapen tegen armoede. Inkomensmaatregelen vallen er hier niet te verwachten, wel begeleidende maatregelen. Dit in combinatie met de eerder vermelde inperkingen inzake uitkeringen en remmen op de lonen. VB voegt daar nog een dubbele splitsing van de sociale zekerheid aan toe: niet alleen regionalisering maar ook een apart systeem voor migranten. Alle problemen worden blijkbaar opgelost zonder Walen en migranten.

Ter linkerzijde zien we wel de nadruk op inkomensmaatregelen in combinatie met een reeks ondersteunende maatregelen op tal van domeinen. CD&V neemt een tussenpositie in: zij zien werk als belangrijkste instrument tegen armoede maar gaan wel verder dan begeleiding in de ondersteunende maatregelen. Op inkomensvlak beperken de positieve voorstellen van die partij zich echter tot de kinderbijslag. Wie niet werkt mag hierbij dus vooral begeleiding verwachten eerder dan een hoger inkomen.

Noodzakelijk: een betaalbare energiefactuur

De afgelopen jaren hebben we gezien hoe ingrijpend stijgende energieprijzen kunnen zijn. Vooruit en Groen zetten breed in op het verlagen van de energiefactuur en bespelen daarbij de verschillende elementen die ook in ons ABVV-memorandum terugkeren: collectieve aanpak, financiële hulp, ontzorgen… Groen zet daarbij wel expliciet in op het duurder maken van fossiele brandstoffen. PVDA mikt meer op one shot overheidsmaatregelen en “blokkering” van de energieprijzen.

CD&V kiest voor een brede mix van stimulerende maatregelen, zonder eenduidige focus en zonder collectieve aanpak. Open VLD, N-VA en Vlaams Belang kijken expliciet richting kernenergie en voor die laatste twee partijen is ook regionalisering een wonderoplossing voor de energiefactuur.

En ook nog…

Onze voorstellen rond zowel de maximumfactuur in het secundair onderwijs als de gratis schoolmaaltijden komen beiden enkel terug bij Vooruit en PVDA. Bij VB komt de maximumfactuur ook voor; weliswaar in variabele en afgezwakte versie. Groen gaat voor gratis onderwijs, gratis schoolmateriaal en voor gratis schoolmaaltijden maar dat laatste dan enkel voor een beperktere groep.

Open VLD is niet voor gratis maaltijden maar is wel voorstander van een systeem van schoolmaaltijden aan gunstig tarief voor kwetsbare groepen. CD&V en N-VA zijn geen voorstander.

Wat betreft de rusthuisfactuur hebben vooral Vooruit maar ook PvdA de meest uitgewerkte voorstellen (maximumfactuur, geen winst in de zorg, gecontroleerde prijszetting…). Ook Groen onderschrijft principieel het idee van een betaalbare rusthuisfactuur, maar werkt dit minder uit in hun programma.

VB lijkt een gelijkaardige koers voor te stellen, zij het zonder zich af te zetten tegen commercialisering in de zorg. Bovendien blijkt de aanpak ondergeschikt aan de reeds vernoemde dubbele splitsing van de sociale zekerheid. Ze gaan dus voor een betaalbare rusthuisfactuur door vooral veel mensen uit te sluiten van de toegang tot de sociale bescherming.

Open VLD en N-VA hebben op dit thema weinig uitgewerkte voorstellen. CD&V blijft grotendeels op een continuering van het huidige beleid.

Tot slot

Op 9 juni is het woord aan de kiezer. De winkelkar zal wellicht niet fysiek maar wel in de hoofden van de mensen aanwezig zijn in het kieshokje. En dan is het belangrijk te beseffen dat de verschillende partijen er op tal van vlakken toch best wel verschillende ideeën op nahouden.

Komt daar nog bij dat de nieuwe Europese  begrotingsregels niet veel goeds voorspellen. Om daaraan te kunnen voldoen dreigen er zware budgettaire ingrepen, op Belgisch niveau tot 28 miljard euro op 5 à 7 jaar, afhankelijk van het traject dat wordt gevolgd. Dat komt neer op ongeveer 5.500 euro per gezin. Jaarlijks. Sommigen pleiten ervoor om die bedragen volledig te besparen, desnoods door uitkeringen drastisch te verlagen of meermaals niet te indexeren, zestigplussers langer te laten werken of huisvrouwen of zieke mensen alvast parttime richting de arbeidsmarkt te sturen. In plaats van de loonwet aan te pakken en lonen te verhogen, willen ze de armoede terugdringen door de armen te bestraffen. In plaats van de minimumlonen te verhogen en de sociale minima op te trekken, willen ze de werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd. En anderen zijn dan weer overtuigd dat al onze problemen zijn opgelost wanneer we genoeg Walen en migranten pesten.

De winkelkar zal wellicht niet fysiek maar wel in de hoofden van de mensen aanwezig zijn in het kieshokje.

Gelukkig komt er meer en meer protest op gang tegen deze Europese regels en de besparingslogica. Het Vlaams ABVV en vele andere middenveldorganisaties zijn ervan overtuigd dat een andere aanpak mogelijk is. Eén die investeert in cruciale sociale sectoren en ook nadenkt over een eerlijke bijdrage van de vermogens en de sterkste schouders. Extra inkomens en maatschappelijke terugverdieneffecten dus, die de begroting ook op orde kunnen brengen, zonder de gewone gezinnen het gelag te doen betalen.

Want de cijfers van Decenniumdoelen (een platform van armoedeorganisaties, vakbonden en ziekenfondsen) wijzen uit dat de nood hoog is. Uit hun jaarlijkse Armoedebarometer blijkt dat ongeveer 1 Vlaming op 6 arm is of op de rand van de armoede balanceert. Er is dus meer Vlaams sociaal beleid nodig, niet minder.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone