Print Friendly, PDF & Email

Op naar de klimaattop, dat was de opdracht. Dus, fluks de trein op die me – met tussenstops in Brussel en Londen – netjes op tijd afzette in het Centraal Station van Glasgow, de fiere historische industriestad in Schotland. Hier gaat dit jaar COP 26 door, de zoveelste ‘conference of the parties’ van het klimaatverdrag. Zowat alle landen op aarde hebben het geratificeerd. De teller staat nu op 197 verdragspartijen, 196 landen + de EU. Dit is het grootste onderhandelingsforum ter wereld. En het staat voor een al even grote uitdaging: de wereld behoeden voor ernstige klimaatrampen. Allemaal tof, hoor ik u denken, maar wat doet een vakbondsman op zo’n bijeenkomst?

Als vakbondsman maak ik deel uit van de delegatie van het ITUC, zeg maar het wereldvakverbond. Elke ochtend heeft het ITUC een coördinatievergadering waarin we de stand van zaken overlopen en nagaan welke activiteiten er die dag volgen waarop we onze stem moeten laten horen. We volgen hier de eerste week van de onderhandelingen en proberen met ITUC om de rechtvaardige transitie hoger op de agenda te krijgen. Met dat begrip geeft de wereld van het werk enerzijds aan dat de uitstoot van broeikasgassen dringend omlaag moet, om tegen het midden van deze eeuw te evolueren naar ‘net zero’. Dat vergt eigenlijk een andere economie die leidt naar klimaatneutrale woningen voor iedereen, naar mobiliteit volgens het STOP-principe (stappen, trappen openbaar vervoer, en privé-vervoer), en naar gemakkelijk herstelbare producten met een lange levensduur. Anderzijds moet die nieuwe economie degelijke jobs opleveren, én ze moet tot stand komen via goed sociaal overleg. En natuurlijk is ook een goed sociaal vangnet nodig, en degelijke vorming voor wie bij die ommezwaai zijn job ziet veranderen of dreigt te verliezen.

We zijn hier om de rechtvaardige transitie hoger op de agenda te krijgen.

Just transition (JT) – zo heet die rechtvaardige transitie in het jargon – zit hier op de COP duidelijk in de lift. Een tiental jaren geleden was het concept nog niet doorgedrongen tot de onderhandelaars. In 2015 dook het op als aandachtspunt in het akkoord van Parijs. Op mijn vorige COP (Bonn, 2017) was vooral de vakbondswereld ermee aan de slag: goede voorbeelden werden in de schijnwerpers gezet. Hier in Glasgow lijkt JT helemaal doorgebroken in het denkkader van heel wat landen en organisaties. Noodzakelijke volgende stappen: het uitwerken ervan in juridisch bindende teksten en vooral ervoor zorgen dat het toegepast wordt op de werkvloer.

Tegelijk zijn we ook deel van de Belgische klimaatcoalitie. Die verenigt jongeren, milieu- en noord-zuid-activisten, vakbonden, mutualiteiten en burgerbewegingen in de strijd voor klimaatrechtvaardigheid. Op zo’n COP passeren heel wat ministers en parlementairen van de verschillende overheden die ons land rijk is. Veel kansen dus om overleg te vragen en zo onze bezorgdheden en strijdpunten aan hen uit te leggen. Kwestie van het Belgisch standpunt sterker te krijgen en het klimaatbeleid van de federale overheid en de gewesten op te krikken. Dat overleg vraagt voorbereiding. En zo komt het dat je op een COP op een groepje Belgische activisten kan stuiten dat in een mengelmoes van Nederlands, Frans en Engels brainstormt over politieke prioriteiten en tactische aanpak om de grenzen van wat ‘haalbaar’ is weer wat op te schuiven.

Op zo’n COP passeren heel wat ministers en parlementairen van de verschillende overheden die ons land rijk is. Veel kansen dus om overleg te vragen en zo onze bezorgdheden en strijdpunten aan hen uit te leggen.

Waar gaat de klimaatcoalitie zoal voor? Het allerbelangrijkste punt is meer ambitie. Er gaapt een flinke kloof tussen wat de wereld moet doen om de opwarming te beperken tot 1,5° C en de tot nu door de landen beloofde maatregelen. En die beloftes moeten natuurlijk ook nog waargemaakt worden. De Belgische NGO-delegatie wil dat België toetreedt tot de High Ambition Coalition (HAC). Dat is een groep van een zestigtal landen (o.a. USA, Duitsland, Frankrijk, Nederland) die de wereldwijde emissies wil halveren tegen 2030. Achter de schermen vechten de verschillende regeringen uit België hierover een flink robbertje uit. Vlaams minister Zuhal Demir en haar partij willen alvast niet mee doen: ze proberen juist het door Europa aan ons land voorgestelde klimaatdoel (47% reductie) af te zwakken.

Nochtans is het nodig, want de klimaatrampen zijn er al, ook in eigen land. De overstroming die ons land deze zomer trof richtte voor meer dan 2 miljard euro schade aan. En ze zullen snel in hevigheid toenemen als we niet drastisch ingrijpen. 1,1 graden Celcius, zoveel is de gemiddelde temperatuur op aarde al gestegen sinds het pré-industriële tijdperk. Veel meer mag het niet worden, aldus het IPCC, de club van duizenden wetenschappers die geregeld rapporten uitbrengt met daarin de wetenschappelijke consensus rond de klimaatopwarming. De IPPC- rapporten vormen de wetenschappelijke basis waarmee de regeringen van zowat alle landen ter wereld hier aan de slag gaan.

Andere strijdpunten van de klimaatcoalitie: beëindigen van subsidies voor fossiele brandstoffen, maatregelen nemen om ons land aan te passen aan de aan de gang zijnde opwarming (adaptatie), over de brug komen met het geld dat beloofd is aan landen in het Zuiden die nu al zwaar te lijden hebben onder klimaatopwarming en klimaataandacht in de COP-beslissing voor de gewone mensen zoals werknemers (just transition), jongeren en gender. Kortom, een hele boterham waar de leden van de klimaatcoalitie de handen mee vol hebben. Geen wonder dat ze hier aan de slag zijn van 7 uur ’s morgens tot laat in de avond. Al is er op zaterdagavond wel even tijd voor een karaoke 😊. Om de volgende dag met kleine oogjes het strategieoverleg van de NGO’s in te duiken.

Werken op de klimaattop is wel wat ingewikkelder geworden sinds corona. Al voor de afreis moest ik in het ziekenhuis eerst een PCR-test laten afnemen. Bij aankomst wachtte opnieuw diezelfde test. Bovendien moet je hier elke ochtend voor ontbijt ook een corona-zelftest doen waarvan je het resultaat moet rapporteren bij de NHS, dat monument van de Britse gezondheidszorg. Zonder bewijs van al die tests, geen toegang. Eens de coronacheck aan de poort voorbij, wacht de gebruikelijke veiligheidsscan van jezelf en je computertas, de routine die iedere vliegtuigreiziger kent. Zo’n scan, dat zou ook een goed idee zijn voor de plannen van overheden en bedrijven. We hebben behoefte aan een klimaattoets die nagaat of beleid en investeringen ons wel dichter brengen bij een klimaatneutrale toekomst. En belangrijk voor ons: of dat beleid ook daadwerkelijk iedereen meeneemt en de inspanningen daar draagkracht verdeelt.

LINGO BINGO

Geen klimaattop zonder afkortingen. Wie hier wegwijs wil raken uit de gebeurtenissen, moet een soort wandelende woordenboek worden. Hierbij alvast het lijstje van met de belangrijkste groepen van lobbyisten: BINGO – Business and industry;  ENGO – environmental NGO’s  (milieu); RINGO Research and independent NGOs (wetenschap); YOUNGO (jeugd).  IPO (inheemse volkeren); WGC (Women and gender); LGMA (lokale overheden). Tot slot zijn er de TUNGO’s, en dat zijn wij natuurlijk, de Trade union NGO’s ofte de vakbonden.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone