In Vlaanderen kennen we een relatief sterke ruimtelijke mismatch tussen waar men werkt en waar men woont. Dat brengt dagelijks enorme pendelstromen op gang.

Het woon-werkverkeer is goed voor 22% van het totaal aantal verplaatsingen in Vlaanderen, en de gemiddelde reisafstand tussen de woning en de werkplek komt neer op ongeveer 19 kilometer. Van alle werknemers die ’s morgens vertrekken naar het werk, doet 53% dat overigens tussen 7 en 9 uur, en maar liefst 71% tussen 6 en 10 uur.

Het merendeel van de Vlaamse werknemers kiest ervoor om deze verplaatsing met de wagen af leggen. In de meest recente federale diagnostiek van het woon-werkverkeer (uit 2014), gaf 68,5% van de werknemers die in Vlaanderen woont aan met de wagen naar het werk te komen. Daarna volgt de fiets met 14,9% en pas dan het geregeld openbaar vervoer met een schamele 9,2%.

woon-werkverkeer

Hoofdstad van de files

Als je bij het lezen van deze cijfers rekening houdt met het feit dat de gemiddelde bezettingsgraad van een wagen tijdens de spits 1,072 personen is (lees: er zit zelden meer dan 1 persoon in), hoeven de cijfers over de files in Vlaanderen dan ook niet te verbazen: schoolvakanties niet meegerekend, stond er vorig jaar op een gemiddelde werkdag bijvoorbeeld 180 kilometer file op de Vlaamse snelwegen. In de ochtendspits loopt dit zelfs gemakkelijk op tot 240 kilometer.

Uit internationale vergelijkingen blijkt dan ook dat België een van de meest filegevoelige landen is. Met 74, 64 en 52 aan file verspilde uren per persoon, per jaar, voeren respectievelijk Brussel, Antwerpen en Gent de top 10 aan van de meest dichtgeslibde Europese steden.

Nefast voor ons welbevinden

De stilstand op onze wegen heeft een directe negatieve impact op onze economie en op het klimaat. Maar vaak wordt vergeten dat dit ook een enorme impact heeft op de werkbaarheid van onze job.

In een recent onderzoek van de Stichting Innovatie en Arbeid werd nagegaan wat de samenhang is tussen lange pendeltijden en een aantal variabelen die te maken hebben met werkbaar werk. Hieruit kwam duidelijk naar voor dat lange pendeltijden een nefaste impact hebben op de psychische vermoeidheid van werknemers, de werk-privé balans en het ziekteverzuim op het werk.

Voor een stuk is dit een kwestie van overheidsbeleid. Door niet te investeren in meer en beter openbaar vervoer bijvoorbeeld (maar integendeel erop te besparen!), maakt de politiek een kapitale fout. Maar openbaar vervoer kan ook niet alles oplossen. Ook op bedrijfsniveau is er een serieuze inhaalbeweging nodig.

moeilijk woon-werkverkeer

Tijd voor duurzame mobiliteit

Redenen te over dus om als vakbond werk te maken van een betere mobiliteit. Er is te weinig bewustwording rond de tijd die we verliezen en de negatieve effecten daarvan. Werknemers beschouwen de bereikbaarheid van het bedrijf en de wijze waarop het werk georganiseerd is te vaak als gegeven, als een zaak waarover de werkgever beslist of de overheid.

Nochtans kan het bedrijf wel maatregelen nemen om zelf iets te doen aan de pendeltijd. Denk maar aan de manier waarop uurroosters worden opgesteld, aan de mogelijkheden tot thuis- of telewerken, aan het zelf voorzien van collectief vervoer…

Mensen zijn terecht verontwaardigd wanneer bedrijven milieuonvriendelijke technieken gebruiken of energie verspillen: ze belasten onnodig ons leefmilieu. Maar als bedrijven niet nadenken over de pendeltijd, mobiliteitsplannen, telewerk of arbeidsorganisatie, dan belasten zij onnodig onze mogelijkheden op een goed evenwicht tussen werk en privé.

Dat is de manier waarop we mensen naar mobiliteit moeten laten kijken.

12 voorstellen

Wil je meer weten over hoe het Vlaams ABVV tot een meer duurzame mobiliteit wil komen? Lees dan hier onze 12 voorstellen.

voorstellen duurzaam woon-werkverkeer