Een recente studie van de Universiteit Gent bevestigt dat loonmatiging een negatief effect heeft op de innovatiekracht van Belgische ondernemingen. Een beleid dat bedrijven wil aanzetten tot innovatie moet vooral inzetten op investeringen in hoger onderwijs en investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O) in de publieke sector.

Loonkost verklaart niet alles (in feite slechts heel weinig)

In de discussie over de competitiviteit van onze economie vloeit nog steeds onevenredig veel inkt over de loonkosten in ons land. Het is bon ton om te stellen dat de vakbonden met hun ‘overdreven looneisen’ de competitiviteit van ons land en toekomstige tewerkstellingscreatie ondergraven.

Nog los van de vraag wat er juist ‘overdreven’ is aan het in lijn brengen van de loongroei met de toenemende levensduurte en de stijging van de productiviteit, schort er nog wel meer aan deze stelling.

Een studie van het Federaal Planbureau uit 2012 toonde al aan dat de kostencomponent (waarbij het niet alleen over loonkosten gaat maar ook over andere kosten zoals energiekost) slechts voor een derde het Belgische verlies aan concurrentievermogen verklaarde. Het overige twee derde werd onder meer verklaard door te lage inspanningen op vlak van innovatie en opleiding.

Vreemd dus dat er zodanig veel aandacht gaat naar loonkost en relatief weinig naar de noodzaak om zowel de publieke als de private innovatie-investeringen te verhogen.

Fixatie op loonkost leidt tot minder innovatieve bedrijfsinvesteringen

Ook de werkgeversorganisaties praten graag over innovatie, maar dan vooral over hoe innovatief hun leden wel niet zouden zijn in vergelijking met andere zogenaamd ‘verstarde’ actoren in de samenleving (de overheid bijvoorbeeld). Veel minder hebben ze het over concrete engagementen om de investeringen in innovatie te verhogen en op die manier iets te doen aan  het concurrentievermogen.

Wanneer ze dan toch voorstellen doen om de innovatiekracht van onze economie te verhogen tappen ze uit het gekende vaatje. Zo identificeerde het VBO enkele jaren terug drie obstakels die de Belgische ondernemingen zouden belemmeren in hun innovatiedrang. Het zal de lezer niet verbazen welk ‘obstakel’ met stip bovenaan het lijstje stond:

“Eerst en vooral de loonkosten (16,5% hoger): wat wordt uitgegeven voor arbeidskosten kan niet aan innovatie worden besteed.”

Opnieuw ligt de focus dus op de kosten en niet op inspanningen om meer innoverend te zijn. Een recente studie* van de Universiteit Gent maakt brandhout van de stelling. De onderzoekers gingen in een empirische studie over 14 ontwikkelde economieën na wat het effect van loonmatiging zou zijn op de bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling. Hun conclusies laten weinig aan de verbeelding over:

“De economische theorie biedt geen uitsluitsel over de impact van loonmatiging op de O&O-bedrijfsuitgaven. Een empirische analyse voor 14 landen over de periode 1981-2012 duidt aan dat loonmatiging niet langer kan ingeroepen worden vanuit de idee dat dit de O&O-bedrijfsinvesteringen stimuleert. In de Europese (Belgische, Nederlandse) context van open economieën en rigide arbeidsmarkten geldt eerder het omgekeerde nl. overdreven loonmatiging ontmoedigt innovatie.”

In lijn met de resultaten van deze studies zouden onze regeringen er dus goed aan doen om hun fixatie op loonkosten achterwege te laten.

Voor alle duidelijkheid: Uit bovenstaande blijkt niet dat er helemaal geen negatieve effecten kunnen verbonden zijn aan een te grote loonkloof met de buurlanden. De vraag is natuurlijk ook in welke mate die er op vandaag nog is en, belangrijker, of de negatieve effecten van een race to the bottom op het vlak van de loonkost niet nog veel meer negatieve effecten heeft.

Werkgevers en overheid moeten ophouden met zich blind te staren op de loonkost.

Werkgevers en overheid moeten ophouden met zich blind te staren op de loonkost. Investeringen in innovatie zijn veel belangrijker voor het concurrentievermogen.

Wat werkt wel? Publieke investeringen in onderwijs en onderzoek

Als loonmatiging slecht beleid is voor een economie die innovatie nastreeft (en een gezonde loonontwikkeling dus een positief effect heeft op private onderzoeksinvesteringen), is de volgende vraag natuurlijk: Wat werkt dan wel?

Ook daarover komen de onderzoekers van de UGent tot duidelijke aanbevelingen. De overheid moet investeren in hoger onderwijs en publiek onderzoek:

“De empirische resultaten uit onze analyse wijzen hierbij duidelijk in de richting van fiscale stimuli, goed gekozen innovatiesubsidies, en gerichte investeringen in hoger onderwijs die de stock aan menselijk kapitaal doen toenemen. Ook de effecten van O&O-investeringen in de publieke sector zijn volgens onze bevindingen veeleer positief.”

Ook fiscale en gewestelijke steunmaatregelen hebben volgens deze studie een positief effect. Daarbij mogen we wel niet uit het oog verliezen dat niet elke fiscale- of subsidiemaatregel gericht op bedrijfsinvesteringen evenveel effect realiseert.

Dit werd aangetoond in een andere recente studie van het Planbureau, waarbij vooral de fiscale maatregelen gericht op de tewerkstelling van onderzoekers en de gewestelijke steun vanuit het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) een belangrijk effect bleken te hebben op de private onderzoeksinvesteringen.

Voor andere maatregelen geldt dat dan weer niet. Er waren vrijwel geen indicaties dat het fiscaal voordeel (gedeeltelijke vrijstelling) voor Jonge Innoverende Ondernemingen, het belastingkrediet voor O&O-investeringen en de belastingaftrek van 80% voor bruto-inkomsten uit octrooien een statistisch significant effect zouden hebben op de private O&O-uitgaven.

Er is wel een alternatief

De belangrijkste conclusie is dus: Er is wel degelijk een alternatief voor de overdreven, altijd weer terugkerende focus op de loonkost. De overheid kan de besparingen op onderwijs en publiek onderzoek terugdraaien en enkel die bedrijfssubsidies en fiscale kortingen over te houden met een aantoonbaar effect op de private onderzoeksinvesteringen.

En dat alternatief werkt aantoonbaar beter als recept dan het zich blindstaren op de loonkost.

*Buyse, T., Heylen, F. and Schoonackers, R. (2015) Loonmatiging geen stimulans voor O&O-bedrijfsinvesteringen, Economisch Statistische Berichten, 100(4719), p. 582-585. Online te raadplegen op www.sherppa.be