Een golf van populisme spoelt over de Westerse wereld. Het voorlopige orgelpunt daarvan, de Brexit, werd ondertussen nog overtroffen door de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten. Onze democratie is in gevaar. Aan analyses over de oorzaken en de schuldigen is er geen gebrek, maar wat met de oplossingen? In dit artikel bekijken we wat we kunnen doen om onze democratie weer gezond te maken.

Benoem het probleem

Aanvaarding is het begin van alle genezing. Stellen dat zaken als de Brexit of de verkiezing van Trump het resultaat zijn van een democratisch proces is correct. Nog beter is echter om te stellen dat ze een het resultaat zijn van één onderdeel van de democratie, want die bestaat uit veel meer dan alleen verkiezingen of een referendum.

De scheiding der machten, parlementaire controle, vrijheid van meningsuiting, recht van vereniging, een sterk middenveld, mensenrechten… Het zijn allemaal radertjes in de machinerie van de democratie. En wat er vandaag gebeurt, is dat heel veel van die radertjes onder druk komen te staan.

Denk aan hoe de Nigel Farage (en in zijn kielzog de Britse tabloids) rechters voorstelt als vijanden van het volk, denk aan het proberen omzeilen van de stem van het parlement in de discussie over de Brexit, denk aan het ontkennen van basic mensenrechten en het demoniseren van de media door Trump, en ga zo maar door.

Deze evolutie beperkt zich overigens helemaal niet tot de twee genoemde landen. Over heel Europa is het worstelen met populisme, met de uitverkoop van privacy, met het verzoenen van vluchtelingenbeleid met mensenrechten, en met antiterreurwetten die balanceren op het randje van schadelijk voor persoonlijke vrijheden en grondrechten.

Trump in Vlaanderen?

Geloof niet wie zegt dat dit allemaal bij ons niet mogelijk zou zijn. Trump in Vlaanderen, is dat mogelijk? Natuurlijk wel. We zien zelfs al de eerste tekenen.

Er zijn ook bij ons partijen die systematisch de vrije pers wegzetten als vijand van wat het volk denkt. In de peilingen scoort extreem rechts pijnlijk goed. Hoe Theo Francken (N-VA) onlangs als Staatssecretaris in functie openlijk Justitie ridiculiseerde (in het kader van de dwangsommen voor het weigeren van een visum), doet erg denken aan de houding van de Britse tabloids en Farage.

Het middenveld klaagt dat verenigingen steeds vaker de boodschap krijgen van ministers dat zij de mond moeten houden, of dat anders de subsidies wel eens zouden kunnen sneuvelen. Ook de ambtenaren kunnen meespreken van een toenemende politieke druk, al zal je deze groep daar niet gemakkelijk voor horen uitkomen.

Discussies en polarisering tussen verschillende groepen en ideeën, dat hoort bij de democratie. Maar individuele machthebbers die steeds meer druk uitoefenen op media, middenveld, justitie, ambtenarij… dat is toch wel helemaal wat anders en is gewoon een erg foute evolutie.

Voorlopig hoor je hierover bij ons nog weinig protest.

Angst voor de almaar hardere, meer populistische toon van het publieke debat is daarvoor ongetwijfeld een van de oorzaken. Het lijkt ook alsof de publieke opinie in al die voorvallen geen parallellen ziet, terwijl die er wel meer en meer zijn. Naarmate deze evolutie zich verderzet, zal zwijgen echter steeds minder een optie zijn.

Geef de media een gebruiksaanwijzing

De hoeveelheid leugens die verspreid worden tijdens campagnes als die rond de Brexit en de presidentsverkiezingen in de VS is ongezien.

Sommigen wijzen daarbij ook met een beschuldigende vinger naar de media, die te weinig zou hebben gedaan om valse beweringen ook als dusdanig te ontmaskeren. Daardoor kan je eender wat zeggen, en zo mensen op een verkeerd been zetten. De media hebben dus in die visie te weinig gedaan om objectieve informatie ter beschikking te stellen van de burger.

Het is opvallend genoeg een kritiek die ook door populisten zelf gedeeld wordt. Voor de voorstanders van Trump zijn de media ook niet objectief, zij het dan dat zij daaraan een erg agressief vijandbeeld koppelen: de media zijn in hun visie “tegen ons” en vertellen daarom niet de waarheid. Die boodschap slaat aan.

Afgezien van bepaalde media die stilaan evolueren in de richting van echte haatcampagnes, zoals de Britse tabloids, kan je je echter de vraag stellen of de klassieke media geen te groot aandeel van de “schuld” toebedeeld krijgen. Kritische media zijn absoluut onmisbaar, maar duiding heeft ook haar grenzen.

Voor heel wat van de uitspraken van Trump kan je je afvragen of meer duiding wel iets opgeleverd zou hebben. Stellingen als zou de klimaatverandering geen probleem vormen (“Climate change is just an expensive form of taks”) of dat alle migranten moordenaars en verkrachters zijn, zijn overduidelijk onwaar. Wie op basis van die uitspraken voor Trump koos, doet dat eerder vanuit een soort basale geloofsovertuiging, en zal vermoedelijk niet zomaar op andere gedachten gebracht worden door een diepgaande journalistieke analyse.

trumps_tv

Waarom denken we niet méér na over hoe we in ons onderwijs mensen kunnen wapenen tegen desinformatie?

Bovendien hebben de klassieke media enorm veel terrein verloren aan online en sociale media. Daar bevindt zich een gigantische hoeveelheid aan ongefilterde, soms moeilijk te verifiëren informatie, die in belangrijke mate op emoties speelt eerder dan op feiten of bevestigde berichten. Ook de grote spelers op het web worden stilaan wakker geschud over het effect van nepnieuws.

Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat we als samenleving niet veel meer aandacht besteden aan een gebruiksaanwijzing voor al die informatie. Er zijn wel heel wat initiatieven en instrumenten die burgers helpen bij het checken van beweringen die ze online vinden (enkele vind je bijvoorbeeld hier), maar we leggen vandaag de verantwoordelijkheid voor wat je gelooft of niet gelooft op het web volledig bij het individu.

Waarom denken we niet méér na over hoe we in ons onderwijs mensen kunnen wapenen tegen desinformatie, en dat op een collectieve manier? Waarom spenderen we bijvoorbeeld op school niet evenveel uren les aan een vak ‘feiten checken’ dan aan pakweg geschiedenis? Of aan hoe onze democratie nu eigenlijk precies werkt. Het belang van deze vaardigheid is immers exponentieel toegenomen in de wereld waarin we vandaag leven.

Trap niet in de scholingsval

Een favoriete verklaring van velen: het is allemaal de schuld van de laaggeschoolden. De wereld is voor hen te complex geworden en nu slaan zij wild om zich heen.

Een meer beleefde, genuanceerde versie hiervan is dat er een gigantische kloof is ontstaan tussen de leefwereld van de lager en hoger opgeleide burgers, en dat die daarom niet meer met mekaar kunnen communiceren.

Gelieve niet in deze val te trappen!

Dat de wereld er niet eenvoudiger op is geworden, zal niemand betwisten. Dat hogere scholing een garantie is voor een beter begrip, is echter een misvatting.

De financieel economische crisis van 2008 kwam voor de meeste, gestudeerde experts totaal onverwacht. De gevolgen van de Brexit zijn nog steeds koffiedik kijken, ook voor academici en doorwinterde topambtenaren. En zo zijn er nog veel voorbeelden.

Trouwens, wie de exit polls bekijkt van de Amerikaanse verkiezingen, die ziet dat het lang niet alleen de blanke, laaggeschoolde arbeider is die op Trump stemde. Ook hooggeschoolden vallen in grote getalen voor het populistische discours. Als we naar het inkomen kijken, dan valt zelfs op dat de voorkeur voor Trump eerder stijgt met het inkomen.

trump_education

Bron

 

trump_income

Rode balk = Trump-kiezers.

Bron

De almaar groter wordende ongelijkheid leidt ongetwijfeld tot een groeiende voedingsbodem voor polarisering en populisme. Opleidingsniveau speelt mee in het effect dat dit heeft op het stemgedrag, dat de sterkste verschuivingen kent bij lager opgeleiden. Maar dat doet niets af aan het feit dat de hoger geschoolden eveneens en masse kiezen voor populisme.

Stellen dat er dus een soort culturele kloof tussen lager en hoger opgeleiden bestaat, waardoor ze anders gaan denken over democratie, is veel te ongenuanceerd en eigenlijk gewoon fout. Mensen uit verschillende inkomensklassen ervaren dat zij geen antwoord meer krijgen op hun dagelijkse problemen. De mate waarin zij dat ook vertalen in een stem voor populisme hangt minder af van hun scholingsniveau dan we denken.

Volgens sommige onderzoeken moeten we de verklaring misschien eerder zoeken in een hang naar autoriteit, wat je zou kunnen vertalen als de mate waarin je gevoelig bent voor onzekerheid. En dus de mate waarin je geneigd bent om onzekerheid in te ruilen voor de zekerheid van iemand die zegt dat er een simpele uitweg is.

Die onzekerheid kan meerdere onderliggende oorzaken hebben: terrorismedreiging, technologische shifts en jobvernietiging, klimaatverandering…

Eerder dan ons blind te staren op een “culturele” kloof op basis van scholing, zijn we dus misschien meer gebaat bij het beter proberen begrijpen van de emotionele kant van hoe we naar politiek en de wereld kijken (zoals bijvoorbeeld deze socioloog doet).

Zet een doel uit voor de democratie

Onzekerheid voedt een soort doemdenken over de toekomst, en dat bij mensen in alle lagen van de bevolking. Dit leidt tot steeds meer mensen die geloven dat “ieder voor zich” de beste strategie is of die kiezen voor de eenvoudige maar valse zekerheden van het populisme.

Je kan je zelfs afvragen of we hen dat kwalijk kunnen nemen. De economie stortte zich in 2008 in de afgrond en toch is er sindsdien wezenlijk niets veranderd aan hoe ons financieel systeem werkt. De klimaatverandering stevent stilaan af op niet meer om te keren gevolgen, en toch is er nog steeds geen totale ecologische ommezwaai. Ongelijkheid neemt enkel maar toe, al decennia lang. Onvermijdelijke technologische evoluties blijven jobs vernietigen omdat het in een duurzame en rechtvaardige richting sturen van innovatie niet past in het heersende economische denken.

Is het probleem dan dat een deel van de mensen radicaliseren in hun gedachten, of eerder het ontbreken van een plan om radicaal iets te doen aan ongelijkheid, aan ons financieel systeem, aan de klimaatcrisis, aan jobvernietiging?

Heel veel mensen, in elke democratie, zijn niet met politiek bezig. De goed geïnformeerde burger is vaak eerder een soort mythisch dier. Dat hoeft trouwens niet noodzakelijk een cynische vaststelling te zijn. Mensen mogen dan misschien in grote mate niet bezig zijn met politiek, ze zijn wél bezig met waar de wereld naar toe moet. Ongeacht of ze laag- of hoogopgeleid zijn, ze zijn bezig met grote vragen als een goede toekomst voor hun kinderen, een waardig inkomen, veiligheid, een rechtvaardige justitie…

mensen_kind_speeltuin

Mensen mogen dan misschien in grote mate niet bezig zijn met politiek, ze zijn wél bezig met waar de wereld naar toe moet.

Vergelijk het met hoe je kijkt naar je laptop of je auto. Je wil dat het ding werkt, maar hoe het werkt en hoe technische mankementen moeten opgelost worden is voor de meeste mensen niet zo boeiend en is een zaak voor IT’ers en garagisten. Die experten wantrouwen we soms wel een beetje, want ze kunnen ons wijs maken wat ze willen over de factuur. Zo ook met de politici-experten die in de visie van heel wat mensen instaan voor het goed functioneren van de complexe wereld.

Er mag gerust wat meer zelfkritiek zijn over het feit dat de democratie faalt in het formuleren van die antwoorden. Je hoort wel eens dat we het niet goed genoeg uitleggen aan de mensen – en “we” is dan zeer breed: politici, middenveld, de sociaal-democratie… – en dat klopt ook wel, maar nog belangrijker is dat we een concreet en positief project moeten kunnen voorleggen.

Om nog even terug te keren naar de metafoor: de auto/laptop werkt niet en de garagist/IT’er komt alleen met ingewikkeld jargon en dure facturen aanzetten, maar niet met een concrete oplossing. De erg natuurlijke reactie is dan “Doe het gewoon werken, want dat is jouw job!”.

Wat er nodig is, is een plan. Een concreet doel voor de democratie.

De mythe van de goed geïnformeerde burger die wel zal kiezen voor de beste piste, is een gemakkelijkheidsoplossing omdat deze de verantwoordelijkheid bij het individu legt. Louter beter geïnformeerd keuzes maken, helpt niet als er te weinig opties zijn. Pas wanneer er zo’n plan is, een plan voor een nieuwe machine, zal men terug luisteren naar de handleiding van de garagisten.

Bouw nieuwe verdiepingen op oude fundamenten

Allemaal goed en wel, maar hoe maak je zo’n nieuw plan? Makkelijk is dat niet, en tijd vergt het ook. Het goede nieuws is: we hebben dat al eerder gedaan!

Na de Tweede Wereldoorlog werd er een sociaal-economisch model uitgetekend – de welvaartstaat – dat er alvast in geslaagd is om een toekomstproject te bieden en dat het ook toen nog dreigende fascisme heeft afgewend. Destijds was de uitdaging simpel: wederopbouw na een verwoestende oorlog.

Vandaag zijn de uitdagingen eigenlijk ook wel duidelijk: Red het klimaat, maak een economie waarvan de baten gelijker verdeeld zijn, omkader de transformatie die technologische innovaties met zich meebrengen, verdiep en herstel de democratie (oftewel verbeter hoe we beslissen over dingen). Dit zijn geen afzonderlijke hoofdstukken. Het zijn doelstellingen die tegelijkertijd en in harmonie met elkaar moeten verwezenlijkt worden. Met andere woorden: we moeten net als na de Tweede Wereldoorlog een nieuw systeem maken.

De geschiedenis leert dat zo’n nieuw systeem niet uit de lucht komt vallen.

Het is ook duidelijk dat de antwoorden niet alleen van de politiek kunnen komen. Alle democratische krachten in de samenleving zullen hiertoe moeten bijdragen. Dat vergt voor alle duidelijkheid geen absolute eensgezindheid over de recepten. Maar wel een noodzakelijke voorwaarde is dat iedereen overtuigd moet zijn van de noodzaak van een nieuw systeem.

De tijd dat een democratische politieke partij zich kan veroorloven om alleen met de volgende verkiezingen bezig te zijn als horizon, is voorbij. Bij die strategie zal er op middellange termijn immers geen democratie meer over zijn. Om de dialoog in de richting van een nieuw systeem mogelijk te maken, moeten de aanvallen op de verschillende radertjes van de democratie stoppen.

Te veel democratische partijen laten zich verleiden om in deze populistische korte termijnstrategie mee te stappen, of halen de schouders op en zwijgen wanneer ze die aanvallen zien gebeuren. Het parlement, de media, het sociaal overleg, justitie… we hebben ze nodig.

Tegelijk moeten we volop investeren in het bouwen van nieuwe radertjes, een nieuwe verdieping op onze democratie. Experimenteren met formules van burgerparticipatie, op een meer gecoördineerde schaal dan vandaag, lijkt aangewezen. Dit zonder echter in de val te trappen dat zaken als referenda en burgerpanels de onderbouw van het democratische huis kunnen vervangen.

Wat kan de vakbond doen?

Vakbonden zijn een onmisbaar radertje in onze democratie. In de opbouw van de welvaartstaat sinds 1945 speelden zij een belangrijke rol bij de verdeling van de welvaart en het opbouwen van sociale bescherming. Die rol zal ook in het proces naar een nieuw systeem cruciaal blijven.

Dat betekent niet dat er niets moet veranderen. Dat ook de mensen tot wie wij ons richten meer vatbaar worden voor de oplossingen van het populisme is een probleem. Net als de politiek zullen vakbonden aan kritische zelfreflectie moeten doen, meer aandacht moeten hebben voor de lange termijn en voor het verdiepen en vernieuwen van de democratie.

“Sociale verworvenheden verdedigen is belangrijk, maar volstaat niet. Om mensen in beweging te krijgen, moeten we ons eigen beeld van een rechtvaardige transitie uitdragen, verder verfijnen en vertalen in concrete acties.” Deze passage stond te lezen in de goedgekeurde congrestekst van het Vlaams ABVV in 2014, en ze is actueler dan ooit. We moeten onze eigen antwoorden formuleren op de uitdagingen waarvoor we staan. We moeten ons eigen onderdeeltje maken van het nieuwe plan.

Het individu is niet machteloos

Tot slot nog dit: Wat met de niet-Trump stemmer? Heel veel mensen zijn ongerust over wat er allemaal gebeurt. Wat je steeds vaker hoort bij geëngageerde mensen (of ze nu vooral bekommerd zijn om het sociale, om het klimaat, om diversiteit of iets anders maakt daarbij niet zo veel uit) is dat zij zich als individu machteloos voelen tegenover de grote gebeurtenissen en tendensen. Zij zijn overtuigd, maar kunnen zo weinig doen.

Toch is het ook op het individuele niveau mogelijk om actie te ondernemen. Niet alleen door op een respectvolle manier in dialoog te gaan en mensen te overtuigen van de mogelijke oplossingen, maar ook door zich te verenigen. Als we de democratie willen vernieuwen, dan zijn nieuwe initiatieven van onderuit absoluut nodig.

Democratie is een machine die we zelf bouwen. De goede voorbeelden bestaan: nieuwe coöperatieven, initiatieven rond deeleconomie, groepsaankopen, hernieuwbare energie … Ze zijn misschien nog te kleinschalig, maar wel heel concreet en belangrijk.

Net zo goed is er echter vernieuwing binnen de meer traditionele radertjes van de democratie nodig. Klagen dat ze niet goed genoeg werken, helpt niet. Gebruik die structuren en probeer ze te veranderen waar je vindt dat ze tekort schieten. Word lid van een vereniging, een beweging, een vakbond en maak mee het verschil.

26694519101_35c47c3736_o

Het individu is niet machteloos.