Sinds de zesde staatshervorming beschikt de Vlaamse overheid over uitgebreide bevoegdheden inzake fiscaliteit. Ook voordien beschikte Vlaanderen reeds over een aanzienlijke mate aan fiscale autonomie (zie verder).

Een vreemde vaststelling daarbij is dat de meeste Vlaamse partijen er als de kippen bij zijn om bijkomende fiscale gewestbevoegdheden te claimen, maar nadien het debat over wat men nu eigenlijk met deze bevoegdheden wil aanvangen naar de achterkamers van de Vlaamse politiek delegeren. Onze beleidsmakers zijn blijkbaar als de dood voor een breed maatschappelijk debat over belastingen in Vlaanderen.

Goed bestuur?

Dat een publiek debat over de Vlaamse fiscaliteit vandaag meer dan ooit nodig is, bewijst nochtans de klungelige manier waarop tijdens deze legislatuur allerhande fiscale ingrepen werden doorgevoerd.

Zo werd eind 2014 de woonbonus voor gezinnen die een eigen woning kochten vanaf 2015 fors verminderd in het kader van het zware besparingsbeleid van de regering Bourgeois. Al gauw bleek echter dat door deze vermindering eigenaars van een tweede woning voortaan meer fiscale steun zouden krijgen dan wie een eerste woning verwerft. Om deze flagrante onrechtvaardigheid in zekere mate recht te zetten moest de regelgeving het jaar nadien al gerepareerd worden, waardoor er weer een ander regime geldt voor wie zijn woning koopt vanaf 2016.

Eind 2014 werd ook het verlaagd tarief voor schenkingen van bouwgronden verlengd, terwijl nauwelijks drie maanden later toenmalig minister Turtelboom (Open VLD) een hervorming van alle schenkingsrechten op onroerende goederen doorvoerde waardoor je nu zelf mag kiezen welk tarief je wil betalen op bouwgronden. Goed bestuur?

Ook de Turteltaks moest ondertussen al een eerste keer ‘gerepareerd’ worden om gezinnen die elektrisch verwarmen niet volledig in de armoede te duwen. Ondertussen worden mensen die in een appartement wonen nog altijd geconfronteerd met dubbele tot zelfs vier- of vijfdubbele Turteltaksen (deze volstrekt onrechtvaardige  belasting moet immers betaald worden per aanwezig elektriciteitsaansluiting).

Wallonië doet het beter

De reden voor dit fiscaal geknoei is niet ver te zoeken. Fiscale hervormingen worden in Vlaanderen bedisseld op de kabinetten en dan middels zogenaamde programmadecreten door het Vlaams parlement gejaagd zonder veel ruimte voor discussie of reflectie.

Op die manier is er geen ruimte voor een maatschappelijk debat met het middenveld, academische en andere experten over het Vlaamse fiscale beleid. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat er doorgaans weinig visie te bespeuren valt achter dit beleid, behalve dan hier en daar cadeaus uitdelen als er geld over is (of zelfs als het er niet is zoals bij de hervorming van de schenkingsrechten).

Dat het anders kan bewijzen nochtans de andere bevoegdheidsniveaus in ons land. Op federaal niveau levert de Hoge Raad voor Financiën met de regelmaat van de klok doordachte en becijferde adviezen af over fiscaliteit. In het Waalse Gewest werd een adviesraad opgericht over fiscaliteit en begroting, waar naast de sociale partners ook andere experten in zetelen (Conseil de la Fiscalité et des Finances de Wallonië) en in Brussel stelde minister Vanhengel (Open VLD) meer dan een jaar op voorhand zijn fiscale hervormingsplannen voor waarna er ruimte voor discussie was met een academische werkgroep en een breder maatschappelijk en politiek debat over de voorstellen.

Natuurlijk kunnen we niet altijd akkoord gaan met de conclusies van dergelijke debatten, maar op andere niveaus worden ze tenminste gevoerd.

Al moeten we daarbij wel vermelden dat er ook in Vlaanderen hierrond een kleine overwinning werd geboekt. In een brief aan de SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen – het overlegorgaan van de Vlaamse sociale partners) naar aanleiding van het programmadecreet bij de begrotingscontrole 2016 liet Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) weten dat hij er voortaan op zal toezien dat fiscale hervormingen niet meer bij programmadecreet worden doorgevoerd.

Een nagel waar het Vlaams ABVV al jaren op klopt. Het zal ook wel geen toeval zijn dat Peumans deze correcte maatregel pas nu invoert, nu zijn partijgenoot Phillipe Muyters niet langer bevoegd is voor het Vlaams fiscaal beleid…

Fiscale reflectiegroep of vriendenclub van de minister?

Dat er evenwel nog veel ruimte voor verbetering is, bewijst de jongste demarche van Vlaams minister van Financiën en Begroting Bart Tommelein (Open VLD).

Naar aanleiding van de overheveling van de inning van bepaalde gewestbelastingen van de Federale overheidsdienst (FOD) Financiën naar de Vlaamse belastingsdienst (VLABEL) deden verschillende fiscale advocaten hun beklag over de strengere behandeling van allerhande ontwijkingsconstructies door VLABEL dan door de FOD Financiën.

Het betreft hier niet de regelgeving zelf, maar de interpretatie die eraan wordt gegeven door de administratie. Om aan de bekommernissen van deze fiscale- en vermogensplanners tegemoet te komen kondigde minister Tommelein in de parlementaire commissie voor Financiën en Begroting van 14 juni 2016 aan dat:

“Er recent een reflectiegroep is opgericht, samengesteld uit vooraanstaande specialisten uit de praktijk van het notariaat, de academische wereld en de advocatuur enerzijds en specialisten uit mijn administratie anderzijds, met de bedoeling een constructieve dialoog tot stand te brengen over de interpretatie en de toepassing van de regelgeving en met het oog op het bevorderen van de rechtszekerheid.”

Het idee van een reflectiegroep over het Vlaams fiscaal beleid kunnen wij enkel toejuichen. Met het initiatief van de minister zijn er echter verschillende fundamentele problemen.

Ten eerste valt op dat de minister zijn reflectiegroep beperkt tot leden met fiscaal-juridische expertise. Er wordt dus geen aansluiting gezocht met het maatschappelijk middenveld of experten met een sociaal-economische achtergrond.

Ten tweede lijkt de reflectiegroep zich enkel te mogen buigen over de administratieve interpretatie bij bestaande fiscale regelgeving en blijft het debat over al dan niet gewenste fiscale hervormingen beperkt tot de achterkamers van de kabinetten.

Ten slotte is het volstrekt ondemocratisch dat de samenstelling en de werking van deze reflectiegroep strikt geheim wordt gehouden.

Niemand behalve de minister weet wie er mee aan tafel mag en wat er besproken wordt

Een handvol fiscalisten en vermogensplanners aangeduid door de minister krijgt dus een geprivilegieerde toegang tot de Vlaamse belastingadministratie. Zelfs de coalitiepartners van Tommelein tasten in het duister over de samenstelling van deze werkgroep.

Zo weigerde de minister deze te geven in een antwoord op een parlementaire vraag van N-VA parlementslid Jos Lantmeeters (SV 317, 17 juni 2016). Ook Belga-journalist Christoph Meeussen probeerde verschillende malen de namen van de leden van deze reflectiegroep te achterhalen, maar werd met een kluitje in het riet gestuurd:

Ons kent ons

Het spreekt voor zich dat dergelijke ons-kent-ons groepen niets te maken hebben met het uitwerken van een gedragen maatschappelijke visie op de Vlaamse fiscaliteit en een enorm risico vormen voor nepotisme en misbruik van bevoorrechte informatie.

Het Vlaams ABVV is alvast voorstander van een open maatschappelijk debat over de toekomst van de Vlaamse fiscaliteit om zo tot een integrale visie te komen gebaseerd op de verschillende functies van belastingen.

De afschaffing van het wetenschappelijk steunpunt fiscaliteit en begroting door de regering Bourgeois is alvast een stap in de foute richting. Het klopt dat discussies onder de SERV-partners zelf over fiscaliteit vaak moeilijk lopen. Het kan dus een piste zijn om een fiscale adviesraad op te richten waar de sociale partners naast juridische en economische experten deel van uitmaken om dit debat te stofferen.

De Vlaamse fiscale bevoegdheden voor de zesde staatshervorming

Voor de zesde staatshervorming kon de belastingbevoegdheid van de Vlaamse regering in drie soorten worden onderverdeeld:

– Oneigenlijke gewestbelastingen:
Dit zijn belastingen die oorspronkelijk een federale belasting waren, maar nadien werden geregionaliseerd. De gewesten zijn bevoegd om de heffingsgrondslag, de aanslagvoet en de vrijstellingen te regelen. De oneigenlijke gewestbelastingen zijn: de belasting op de spelen en weddenschappen; de belasting op de automatische ontspanningstoestellen; de openingsbelasting op de slijterijen van gegiste dranken; het successierecht en het recht van overgang bij overlijden van de niet-rijksinwoners; de onroerende voorheffing; het registratierecht op de overdrachten ten bezwarende titel van onroerende goederen; het recht van hypotheekvestiging op onroerende goederen; het schenkingsrecht; het kijk- en luistergeld; de verkeersbelasting op de autovoertuigen; de belasting op de inverkeerstelling; het eurovignet (vervangen door kilometerheffing vrachtwagens).

– Eigenlijke gewestbelastingen:
Dit zijn belastingen die voordien niet bestonden op federaal niveau en die door de Vlaamse regering zelf zijn ingevoerd (bv. de leegstandsheffingen, de milieuheffingen en de planbatenheffingen en de Turteltaks).

– Samengevoegde belastingen:
Deze term slaat op de mogelijkheid die de gewesten ook voor de zesde staatshervorming hadden om belastingverminderingen of -vermeerderingen toe te kennen in de personenbelasting. De budgettaire draagwijdte van deze maatregelen moest binnen de marge blijven van 6,75 % van de opbrengsten in het betrokken gewest en de maatregelen moesten de progressiviteit behouden.


… En na de zesde staatshervorming

Door de zesde staatshervorming werden de fiscale mogelijkheden van de Vlaamse regering in de personenbelasting fors uitgebreid. Vanaf 1 juli 2014 werden de dotaties aan de gewesten vervangen door de bevoegdheid om opcentiemen te heffen op de federale personenbelasting. De Vlaamse overheid wordt zo verantwoordelijk voor ongeveer 25% van de inkomsten uit de personenbelasting uit het Vlaams Gewest.

De gewesten kregen ook de exclusieve bevoegdheid over verschillende fiscale voordelen in de personenbelasting. Zo zijn de gewesten voortaan exclusief bevoegd voor onder meer de belastingvermindering van de woonbonus; de belastingvermindering voor de beveiliging tegen inbraak en brand van een woning; de belastingvermindering voor PWA- en dienstencheques; de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven voor een woning.

De federale overheid blijft exclusief bevoegd voor de roerende voorheffing op intresten, dividenden en royalty’s en voor onder meer de fiscale voordelen voor langetermijn- en pensioensparen, kinderopvang, giften en overuren. Ook voor de vennootschapsbelasting blijft de federale overheid exclusief bevoegd.

 

Meer info

Wie meer wil weten over de visie van het  Vlaams ABVV op de Vlaamse fiscaliteit kan deze vinden in onze resolutie aangenomen op het Comité van het Vlaams ABVV over rechtvaardige fiscaliteit (februari 2014).