In deze bijdrage hebben we het over robotisering. Werknemers worden her en der vervangen door digitale algoritmes. Hoog tijd om na te denken over oplossingen – wat te doen? Let wel: dit stuk gaat niet over arbeidsduurvermindering of het basisinkomen, noch over jobs op maat of werkbaar werk. Nee, we gaan het hebben over iets helemaal anders. We gaan het hebben over creativiteit, als menselijke waarde én, jawel, als een deel van de oplossing voor de tewerkstelling van de toekomst.

De robots komen eraan…

Laat ons even van wal steken met Alan Turing. Deze Britse wiskundige was een van de meest enigmatische figuren uit de vorige eeuw. Hij staat bij ons vooral te boek als het genie dat nazi-Duitsland een onherroepelijke slag toebracht door het kraken van hun geheime enigma-codes. Dankzij zijn onuitputtelijke werk tijdens de Tweede Wereldoorlog legde hij zo met zijn team mee de basis voor wat we vandaag kennen als computer sciences.

Minder bekend van hem, maar zeker niet minder relevant, is zijn zogenaamde ‘Turingtest’. In een artikel uit 1936 ontwikkelde hij een experiment dat naging of machines menselijke intelligentie konden vertonen. Zijn test, de ‘Imitation Game’, bood soelaas.

Vandaag blijkt deze vraag populairder dan ooit. Ze is alomtegenwoordig in publieke debatten, academische kringen, bij werknemers- én werkgeversorganisaties. Want, “de robots komen eraan”, zegt de een. “Maakt niet uit”, zegt de ander. Artificiële intelligentie, Machine Learning and Mobile Robotics, intelligente algoritmes; het zijn enkele van een vracht vol jargon die de ronde doet.

automaat

Robots zijn alom tegenwoordig in ons dagelijkse leven.

Het zit namelijk zo: indien algoritmes, robots en computers in staat zijn dingen from scratch te creëren/leren/imiteren, dan impliceert dat we minder nood zullen hebben aan menselijke werk- en denkkracht. Voor een groot stuk gebeurt dit al. Denk aan het geautomatiseerde bandwerk in menig autofabriek. Of kijk wat je doet als je een NMBS-ticketje gaat bestellen in Brussel-Centraal – wie, buiten wat toeristen met 1001 vragen, loopt nog naar de loketten?

Recent laaide de hele discussie weer op met het massaontslag bij verzekeraar Axa en zeker bij de multinational ING. Onder het mom van “snoeien om te bloeien” hakte de ING-top genadeloos in op hun werknemersbestand. (Dat is gewoon keihard ouderwets kapitalisme. Punt.)

De helft van onze jobs op de wip?

In 2013 onderzochten Frey en Osborne (Universiteit van Oxford) de vooruitzichten van automatisering voor de Amerikaanse beroepsbevolking over 10-20 jaar. Zij concludeerden in een vaak geciteerde studie dat 47% van de banen in het huidige personeelsbestand een hoog risico op automatisering loopt.

Voor Europa en ons land maakten men deze oefening: 2,2 miljoen van de 4,5 miljoen jobs in België zou een hoge kans hebben om in de komende jaren of decennia geautomatiseerd te worden, bleek uit een door – jawel – ING uitgevoerde studie van 2015. Samengevat: de helft van onze huidige jobs staan op de wip.

Een recente OESO-studie sprak deze cijfers onlangs tegen. In deze studie lag de focus op het takenpakket bij jobs en dus niet, zoals bij Frey en Osborne, de job in haar totaliteit. Hun conclusie was dan ook een heel stuk genuanceerder: niet 47%, maar 9% heeft een hoge kans volledig geautomatiseerd te worden.

Voor België specifiek: 6,5% (cijfers enkel afkomstig uit Vlaanderen). Immers, de kans bestaat wel dat bij 50 à 70% van onze huidige jobs delen van het takenpakket zullen worden geautomatiseerd. Maar dat impliceert niet dat de job zelf verdwijnt.

Goede of slechte jobs?

U leest het, deze discussie is nog niet ten einde.

Maar waar de meesten het wél over eens zijn, is dat deze automatiseringsgolf de alsmaar toenemende ongelijkheid verder in de hand werkt. Het polariserende effect van automatisering, digitalisering en robotisering op de arbeidsmarkt zorgt dat jobinhoud lousy oftewel lovely wordt. Inkomensongelijkheid neemt toe en de werkbeleving zal in vele jobs niet om over naar te huis schrijven zijn.

Het gaat over meer dan de ontslagen van vandaag, het gaat ook over de slechte jobs van morgen. Een reden temeer waarom digitalisering en robotisering een kwestie van beleid moeten zijn en politici niet alleen moeten afwachten wat er gebeurt. Je kan technologische veranderingen beschouwen als iets dat ons overkomt, of je kan besluiten dat we de technologische revoluties van de toekomst moeten proberen sturen, bijvoorbeeld in de richting van meer jobs.

Bieden creatieve beroepen redding?

Beleidsmakers, ga dus eens eindelijk na welke veranderingen best ingevoerd worden om hieraan in de toekomst het hoofd te bieden. Maar waar te beginnen?

Opvallend is dat taken waar een gezonde dosis creativiteit bij nodig is weerbaarder blijken tegen automatisering/digitalisering/robotisering. Creatieve beroepen worden alsmaar vaker aangehaald als een van de oplossingen omtrent automatisering. Meer inzetten op een toename van het aantal creatieve beroepen helpt jobverlies tegen te gaan.

Nog meer, onderzoek van MIT en Nesta wees uit dat onze creatieve geesten niet zozeer tegen de robots hoeven te racen, maar eerder mét. Complementair zijn, heet dat. De digitalisering van onze economie doet de vraag naar creatieve skills verder toenemen. Het is een van de zogenaamde bottlenecks die niet alleen Frey en Osborne al inzagen, recentelijk bijvoorbeeld door journalist Wouter van Bergen.

Maar wat is creativiteit?

De vraag stelt zich: wat is creativiteit?

Klinkt misschien gek, maar op die vraag kunnen algoritmes, robots en machines ons een antwoord bieden. Het Georgia Institute of Technology lanceerde een update van de Turingtest. Algoritmes, robots en computers kunnen denken, dat weten we ondertussen (mits goede programmatie). The Lovelace 2.0 Test of Artificial Creativity and Intelligence ging een stapje verder: kunnen algoritmes poëzie schrijven, een schilderij maken, kunnen zij een meeslepend verhaal neerpennen of uit het niets een artistieke sculptuur maken? Kunnen robots iets van waarde inschatten? Kunnen robots filosoferen?

Een werknemer blijft dat creatieve streepje voor hebben op een robot, algoritme of computer. Het is dan ook, zo blijkt, een conventionele wijsheid: velen geloven dat computers, robots en algoritmes niet creatief kunnen zijn. Het argument hier is dat ze enkel uitvoeren wat wij hen vertellen te doen, ze dat enkel op logische basis kunnen.

robot

Een werknemer blijft dat creatieve streepje voor hebben op een robot, algoritme of computer.

Een volgende punt dan: wat zijn creatieve beroepen? Gaat het hier louter om jobs in de culturele sector, waar bovengemiddeld menig artistieke creatieveling tewerkgesteld is, of horen we dit breder te interpreteren, zoals Richard Florida het beschrijft in zijn boek ‘The Rise of the Creative Class’? Bij MIT en Nesta neigen ze naar het eerste.

En laat het net in deze sector zijn waar onze rechtse Vlaamse regering in knipt.

Kunstenoverleg oKo, een van de belangrijkste belangenbehartigers van de cultuurorganisaties, berekende een structurele terugval van 9 à 10 % in middelen vergeleken met 2013 en 2014. Zo gesteld: hier wordt beslag gelegd op een essentieel aspect in de arbeidsmarkt van de toekomst.

18.000 creatieve jobs extra?

Het staat buiten kijf dat creativiteit en innovatie belangrijke vaardigheden zijn voor heel wat beroepen, ook buiten de louter cultureel-artistieke wereld. Zoals duidelijk werd is het begrip ‘creatieve beroepen’ evenwel voor ruime interpretatie vatbaar: schrijvers, kunstenaars, docenten, maar ook wiskundigen, ingenieurs en artsen.

Zo wees een onlangs gevoerd onderzoek van de KU Leuven uit dat hier heel wat potentieel in zit: ze blijken belangrijk om’s lands economische groei aan te zwengelen. De auteurs verduidelijkten hun onderzoek in De Standaard. Daar vertelden ze dat mochten bedrijven meer investeren in creatieve beroepen er maar liefst 18.000 jobs bij kunnen komen. Dat is niet niets.

Of het zo een vaart zal lopen, valt moeilijk te zeggen. Toch zullen we als samenleving moeten beslissen welke soort aanpassingen door te voeren, willen we bestand blijven tegen deze innovatiegolven. Dat kan gaan van omscholing van werknemers tot aanpassingen van het takenpakket. En dat concludeert zelfs de OESO.

Hoe technologische innovatie sturen?

Het komt er op aan ons als samenleving zo goed mogelijk te wapenen tegen mogelijke aanpassingen en veranderingen op de arbeidsmarkt van de toekomst. Daarvoor is beleid nodig, want in tegenstelling tot wat sommigen beweren volstaat het niet om niets te doen en ons dan aan te passen aan de gevolgen van technologische verandering.

We moeten technologische innovatie proberen sturen:  die toepassingen van technologie bevoordelen die meer jobs creëren, onderzoeken waar en op welke manier arbeidsduurvermindering een oplossing kan zijn, een goed en sociaal verloop van herstructureringen proberen garanderen, maar we moeten daarnaast ook kijken naar het soort jobs.

En meer creatieve jobs, die bieden een betere bescherming tegen de gevolgen van dergelijke transformaties. Wie weet wordt in de toekomst creativiteitszin op school wel even belangrijk als wiskunde of Frans.