Hij viel waarschijnlijk ook onlangs in jullie brievenbus: de betalingsuitnodiging voor de Vlaamse zorgverzekering. Dat de factuur gestegen is (van 25  naar 50 euro, of van 10 naar 25 euro voor mensen met verhoogde tegemoetkoming) – met dank aan de Vlaamse regering – heeft iedereen kunnen vaststellen. Maar waarvoor dient die zorgverzekering eigenlijk? En wat doet Vlaanderen vandaag en morgen precies om ons te beschermen tegen hoge kosten voor zorg?

Dat plaatje ligt vandaag op de tekentafels. Gisteren nog (10 mei 2016) was er hierover een hoorzitting in de commissie Welzijn van het Vlaams parlement waar onder andere de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid (SAR WGG) haar advies – waar wij aan meeschreven – kwam voorstellen.

Vlaamse laag op de sociale zekerheid

De Vlaamse zorgverzekering is één onderdeel van de Vlaamse sociale bescherming (VSB). Het is een soort ‘Vlaamse laag’ op de federale sociale zekerheid. De VSB wordt door de zesde staatshervorming het speerpunt binnen het zorg- en welzijnsbeleid en wordt de komende jaren stapsgewijs uitgerold.

Het principe waarvan men vertrekt is een verplichte volksverzekering. Dit wil zeggen dat iedereen die ouder is dan 25 jaar in ruil voor een jaarlijkse premie kan rekenen op de ondersteuning indien ze door ziekte of ouderdom langdurige zorg nodig hebben. De zorgkassen zijn het eerste aanspreekpunt — ‘het unieke loket’– en verzorgen ook de uitbetaling. De rechten zullen zoveel mogelijk automatisch worden toegekend.

Momenteel is het zo dat enkel de Vlaamse zorgverzekering onder de paraplu van de VSB valt. Daarmee worden de forfaitaire tegemoetkomingen betaald zoals het basisondersteuningsbudget voor mensen met een handicap (BOB) (300 euro) en de tegemoetkoming van de zorgverzekering (130 euro).

In 2017 volgt de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, en vanaf 2018 wordt stapsgewijs een nieuwe financiering van thuiszorg, ouderenzorg, revalidatie en geestelijke gezondheidszorg onder de VSB-paraplu gebracht. Vraag is nu of die paraplu waterdicht is?

Bijdragen van werknemers

Van het totale zorg- en welzijnsbudget gaat zo’n 2,5 miljard euro naar de Vlaamse sociale bescherming (daarvan gaat 1,8 miljard euro naar ouderenzorg – de hoofdbrok dus). De Vlaamse sociale bescherming wordt deels gefinancierd uit de individuele bijdragen (premie zorgverzekering en cliëntenbijdragen voor zorg) en deels uit algemene begrotingsmiddelen.

Heel wat van de middelen die na de zesde staatshervorming werden overgedragen, zijn sociale zekerheidsmiddelen. Middelen die dus bekomen werden via bijdragen op lonen van werknemers.

Door de staatshervorming vloeien heel wat sociale zekerheidsmiddelen naar de regio’s.

Daarom eisen we als vakbond het recht op deze mee te beheren en te waken over de kwaliteit en de toegankelijkheid van de sociale bescherming. Om het stelsel voor iedereen toegankelijk te houden moet de financiering maximaal gegarandeerd worden uit algemene middelen.

Maar, om het verzekeringskarakter te onderlijnen kunnen we ons vinden in het idee van VSB als verplichte volksverzekering. Dit wil zeggen: rechten worden toegekend op basis van inwonerschap en mits betaling van een symbolische aansluitingsbijdrage bij een zorgkas. Alle burgers (niet alleen zorggebruikers) zijn geresponsabiliseerd. Er is met andere woorden een solidariteit tussen ziek en niet-ziek, jong en oud.

Voordeel is ook dat de bijdragen van mensen geoormerkt zijn. Zo weet je zeker dat jouw bijdrage uitsluitend bestemd is voor  zorg en ondersteuning. Dit vergroot het draagvlak.

Zorgcentiem als alternatief

De premie moet dan wel beperkt zijn in omvang en mag – zoals wel vaker bij verzekeringen – geen uitsluitingsmechanismen of risicoselectie bevatten (bv. op basis van levensstijl). De huidige voorstellen zijn wat dat betreft niet waterdicht. Integendeel, er zijn een aantal lekken.

Een eerste nadeel van de huidige zorgverzekering is dat de bijdrage niet inkomensgebonden maar forfaitair is. Bovendien werd de bijdrage onlangs opgetrokken waarbij de meest kwetsbaren het gelag betaalden en het meeste moesten bijdragen.

Volgens ons zouden bijdragen naargelang het inkomen en uitkeringen naargelang de noden een veel rechtvaardiger vertrekbasis zijn. Dit kan bijvoorbeeld door de introductie van een ‘zorgcentiem’ in de personenbelasting (dat is haalbaar, zeker sinds Vlaanderen bevoegd is voor de opcentiemen in de personenbelasting).

“Het huidige systeem zet de deur open voor een verdere verhoging van de premies.”

In plaats van een forfaitaire bijdrage zou er een opcentiem kunnen ingevoerd worden in de personenbelasting (die progressief is). De opbrengsten uit dit zorgcentiem worden dan voorbehouden voor de financiering van de zorgverzekering. Zo draagt iedereen bij naargelang inkomen om de betaalbaarheid van onder andere onze oude dag op te vangen.

Zorgcentiem

In Nederland kost de zorgverzekering nu al zo’n 1200 euro per jaar. Gaat Vlaanderen ook die toer op, of zoeken we een alternatief?

Bijkomend voordeel hiervan is dat er meteen ook een einde gesteld wordt aan de problematiek van de onbetaalde premies en de hieraan gekoppelde controlelast en sancties (administratieve boete en schorsing van de rechten). Vraag is of zo’n debat in Vlaanderen kan gevoerd worden: belastingen zijn nu eenmaal een vies woord…

Verder: het huidige systeem zet de deur open voor de verdere verhoging van de premies naarmate meer pijlers onder de VSB-paraplu worden gebracht. De vraag is of de premie nog betaalbaar zal zijn of blijven in de toekomst (cfr. Nederland waar de forfaitaire premie nu al zo’n 1200 euro bedraagt)… Opnieuw pleit dit voor een zorgcentiem eerder dan een forfaitaire bijdrage, om de toegankelijkheid voor iedereen te verzekeren.

De Vlaamse sociale bescherming kan een mooie paraplu worden, mits waterdichte garanties dat hij plaats biedt voor iedereen.