De middenklasse: in het discours van de meeste politieke partijen lijken ze wel een soort heilige koe waaraan er niet geraakt mag worden. Maar hoe zit het daarmee in de praktijk, en klopt het idee dat de middenklasse het bij ons “te goed” zou hebben?

Sterke vakbonden = sterke middenklasse

Het lijkt voor sommigen niet te stroken met de intuïtie, maar studies wijzen uit dat sterke vakbonden en een gedegen sociaal overleg goed zijn voor de middenklasse.

Zo verscheen er recent een rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) dat vaststelt dat tussen 2004 en 2011 de middenklasse in de Europese Unie met 2,3% is gekrompen, terwijl de Belgische middenklasse juist met 1% toenam. België was daarmee een van de enige uitzonderingen in de EU.

De bescherming van de Belgische middenklasse is volgens de onderzoekers het gevolg van enkele stabiliserende factoren, zoals een traditie van sociale dialoog, de automatische indexering van de lonen en een openbare sector die is gevrijwaard gebleven van zware besparingen.

De onderzoekers concluderen echter ook dat onder het huidige rechtse besparingsbeleid de middenklasse wel onder druk komt door de tendens tot loonmatiging en de afbouw van de openbare sector:

“De middenklasse maakt veel gebruik van overheidsdiensten. Die afbouwen weegt op de middenklasse. Een kleiner aanbod aan kinderopvang bijvoorbeeld kan betekenen dat tweeverdieners minder gaan werken en minder inkomen hebben.”

Wat is dat precies, de middenklasse?

De regering zal natuurlijk nooit zeggen dat ze een frontale aanval wil inzetten op de middenklasse. Zo hebben partijvoorzitters en minister van N-VA en Open VLD constant de mond vol over hoe zij de middenklasse willen beschermen tegen vermogensbelastingen.

Hun definitie van het woord middenklasse is daarbij echter totaal verkeerd. En dat is natuurlijk geen toeval. Volgens minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) heeft de middenklasse een aandelenportefeuille van 75.000 euro, volgens minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open VLD) verhuurt ze twee appartementen, en volgens Staatssecretaris Theo Francken (N-VA) is een miljoentje bij mekaar verdienen echt niet zo moeilijk en eerder doordeweeks.

Wie er wel een correcte definitie van de middenklasse kan geven, is de Antwerpse professor Ive Marx:

“Iemand behoort tot de middenklasse als zijn en/of haar inkomen tussen de 60 en 200 procent van de mediaan zit. Concreet: een alleenstaande die in ons land een maandelijks nettogezinsinkomen heeft van 1373 à 3433 euro behoort tot de middenklasse. Voor een gezin met twee kinderen jonger dan 14 jaar wordt dat 2163 à 7210 euro” (Knack, 9/11/2016).

Het mediaaninkomen is het middelste inkomen in een maatschappij. De helft van het land verdient minder dan de mediaan, de andere helft meer.

middenklasse2

Het getuigt toch van enig cynisme om voor te stellen dat de laagste lonen moeten inleveren ten behoeve van de mensen die het nog slechter hebben. Het geld in dit land zit niet bij zij die werken aan 1500 euro bruto per maand.

Heeft de middenklasse het te goed?

Diezelfde professor Marx is echter tegelijk van mening dat de middenklasse in ons land veel te goed beschermd wordt en is ook niet te beroerd om daar de ‘schuldige’ voor aan te duiden:

“Anders dan in vele andere landen staat het sociaal overleg hier nog sterk. Sociale partners hebben nog iets te zeggen. Veel zelfs. Ze rijden vooral voor de middenklasse” (Knack, 15/11/2016).

De professor is dan ook verheugd dat de huidige regering probeert om de invloed van de vakbonden op de loonvorming te breken en wordt voor die lofzangen geregeld geretweet door N-VA politici als Valerie Van Peel en Annick De Ridder.

Zo stond professor Marx vlak na het recente begrotingsakkoord in alle kranten de regeringsbeslissing om de minimumlonen voor jongeren te verlagen toe te juichen en pleitte hij ervoor om verder te gaan door het interprofessionele minimumloon en vooral ook de sectorale minima te verlagen. Volgens de professor zou dit een gunstig effect hebben op de armoede in ons land.

Een deel van de analyse is dus correct: de middenklasse houdt bij ons beter stand dan in andere landen en dat is dankzij de vakbonden. Maar klopt ook de redenering dat armoede bestrijden bijgevolg het beste kan gebeuren door de middenklasse het met wat minder te laten doen, en dan in het bijzonder met minder loon?

Het getuigt toch van enig cynisme om voor te stellen dat de laagste lonen moeten inleveren ten behoeve van de mensen die het nog slechter hebben. Het geld in dit land zit niet bij zij die werken aan 1500 euro bruto per maand.

Het is daarbij trouwens opvallend dat de professor zijn stellingnames in de pers naar aanleiding van het begrotingsakkoord met geen enkele studie ondersteunde. Daarnaar gevraagd op Twitter gaf hij toe dat er geen dergelijke studie bestond:

Doet Nederland het beter?

Professor Marx verwijst ter ondersteuning van zijn verhaal wel naar de armoedecijfers die in ons land hoger liggen dan in de buurlanden en is daarbij vooral lovend over Nederland. Bij deze cijfers moeten wel enkele kanttekeningen geplaatst worden.

De professor verwijst in zijn verhaal naar de hoogte van het risicopercentage op armoede en sociale uitsluiting. Eurostat verspreidde daarover een persbericht net in de week dat de begrotingsmaatregelen werden bekend gemaakt. Dit risico ligt in België (21,1%) inderdaad hoger dan in de buurlanden Nederland (16,8%), Frankrijk (17,7%) en Duitsland (20%).

In datzelfde persbericht werd echter ook de vergelijking gemaakt met de cijfers van 2008. Een eerste vaststelling uit deze cijfers is dat de economische crisis relatief weinig invloed had op de Belgische armoedecijfers (+0,3%). Duitsland (-0,1%) en vooral Frankrijk (-0,8%) doen beter, maar gidsland Nederland zag de armoede toenemen met 1,9% in deze periode. Ons systeem beschermt dus niet alleen de middenklasse, maar is ook een buffer tegen verarming door de economische crisis.

Als we specifiek naar de cijfers voor bepaalde bevolkingsgroepen kijken, houdt het verhaal van Marx nog minder steek. Tussen 2008 en 2015 liep het risico op armoede en sociale uitsluiting bij jongeren (18-24 jaar) in Nederland op van 25,5 tot maar liefst 30,8%, in België van 23 tot 24,7%.

Risicopercentage armoede en sociale uitsluiting voor 18 – 24 jarigen, bron Eurostat:

2008 2015
België: 23,0% 24,7%
Nederland: 25,5% 30,8%

Wat in België ook opvalt, is het hoge percentage ouderen in de groep personen met risico op armoede en sociale uitsluiting (17,7%) versus Nederland (9,1%). Het mag duidelijk zijn dat het armoederisico bij deze groep niets te maken heeft met de hoogte van de minimumlonen, maar alles met de hoogte (of beter laagte) van de pensioenen.

Weten wat we meten

Verder is het ook belangrijk om te weten hoe de armoedecijfers gemeten worden. Het risico op armoede en sociale uitsluiting wordt samengesteld door iedereen mee te tellen die onder één van volgende categorieën valt:

  • risico op armoede na sociale uitkeringen,
  • ernstige materiële deprivatie
  • gezinnen met een zeer lage werkintensiteit.

De eerste component is in feite een relatieve armoede-indicator en wordt bepaald door de groep mensen met een inkomen dat lager ligt dan 60% van het mediaaninkomen.

Het is zeker een goed idee om de relatieve component van de armoedeproblematiek mee in rekening te brengen, maar we moeten wel goed weten wat we meten. En vooral hoe willen we de oplossing zoeken? Moet het mediaaninkomen naar beneden? Of moet de groep die boven 60% van het mediaaninkomen uitkomt omhoog? Dat is niet hetzelfde.

middenklasse

Het wordt tijd dat onze beleidsmakers naar de bovenste regionen van de inkomensverdeling kijken in plaats van de laagste lonen te laten betalen voor ‘armoedebestrijding’.

De echte middenklasse verarmt

Uit cijfers van Eurostat blijkt dat in geen enkel van onze buurlanden het mediaaninkomen tussen 2008 en 2015 meer toenam dan in België. In 2008 hadden we het laagste cijfer van al onze buurlanden, in 2015 het hoogste. Met andere woorden: tijdens de zwaarste economische crisis in decennia is de middengroep in onze samenleving sterker vooruitgegaan dan in al onze buurlanden.

Laten we daarbij ook niet vergeten dat het hier gaat over mensen met een nettojaarinkomen van 21.654 euro of 1804,5 euro per maand. De vraag is dus: willen we het inkomen van deze groep echt naar beneden halen? Uit de cijfers van Eurostat blijkt ten slotte dat het mediaaninkomen in 2015 (onder de huidige regering) voor het eerst in jaren gedaald is. De middenklasse verarmen, is dus precies waar men nu mee bezig is.

Onze regeringen zeggen dat ze middenklasse willen beschermen, maar hun definitie ervan is die van de grotere vermogens. In de praktijk voeren ze een beleid dat de echte middenklasse verarmt. En ze worden daarin gesterkt door wie instemmend bromt dat “de middenklasse het zo goed heeft”.

Het wordt tijd dat onze beleidsmakers naar de bovenste regionen van de inkomensverdeling kijken in plaats van de laagste lonen te laten betalen voor ‘armoedebestrijding’.