In het leven heb je zelden een glazen bol. Maar dat de prijs van elektriciteit ging stijgen voor gezinnen en kleine bedrijfjes, dat konden we al weten in 2014. Niet omdat elektriciteit op zich duurder zou worden, maar wel door de maatregelen die werden aangekondigd in het regeerakkoord van de regering Bourgeois.

Voor wie tussen de lijntjes las, was het duidelijk: Allerlei belastingen en nettarieven zouden stijgen. En dat op 3 manieren:

  • De keuze om allerlei kosten voor overheidsbeleid te betalen via de elektriciteitsfactuur.
    (bv. de kosten voor de werking van de energieregulator VREG, terugkeer naar 21% BTW, steun aan groene warmte).
  • De keuze om – in naam van de ondersteuning van de concurrentiepositie van grote bedrijven – gezinnen zoveel mogelijk te laten betalen en grote bedrijven zoveel mogelijk te ontzien.
    (bv. versterkte degressiviteit certificaatplichtige elektriciteitsleveringen, Turteltaks, ingrepen in de nettarieven).
  • De keuze voor een omgekeerde herverdeling waarbij – door de band genomen – arme gezinnen meer zouden gaan betalen, terwijl rijke gezinnen meestal zouden winnen.
    (b.v. afschaffing van het systeem ‘gratis elektriciteit’, de plannen voor de invoering van een capaciteitstarief  dat we in een eerder blog fileerden).

Nu de huidige regeerperiode goed halfweg is, is het tijd om te kijken wat het resultaat is van het effectief gevoerde beleid voor de factuur van de gezinnen. We onderzochten de evolutie van de factuur van het standaard Vlaams gezin dat een elektriciteitsverbruik heeft van 3.500 kWh waarbij het verbruik gemeten wordt met een enkelvoudige meter (geen dag- en nachttarief).

We deden dit op basis van de officiële prijsgegevens die de federale regulator CREG elke maand publiceert.

De elektriciteitsfactuur breekt alle records

Het moet gezegd, het aangekondigde beleid werd grotendeels uitgevoerd. Hoewel de prijs van elektriciteit in de buurlanden min of meer stabiel bleef, schiet de factuur in Vlaanderen de hoogte in.

We zitten aan een ongezien record: de elektriciteitsfactuur van het standaard Vlaamse gezin is sinds eind vorig jaar de hoogste van alle buurlanden.

Nergens betaalt men meer dan in Vlaanderen. We zitten nu zelfs boven het niveau van Duitsland, waar de factuur jarenlang het hoogst was. Het standaard Vlaamse gezin betaalt nu 1053,25 euro per jaar voor elektriciteit. In mei 2014 (vlak voor de verkiezingen) was dit nog 658,77 euro.

Grafiek1

De stijging blijkt ook een specifiek Vlaamse dimensie te hebben. Als we de vergelijking maken met de situatie in de andere gewesten, valt het verschil duidelijk op. Zoals we verder zullen zien, werden er op federaal niveau enkele maatregelen genomen die de factuur deden stijgen. Vlaanderen deed daar met haar eigen bevoegdheden echter nog een schep bovenop. Wat Vlaanderen zelf doet, maakt het duurder?

Grafiek2

Tussen haakjes, hoewel dit niet het voorwerp is van deze blog: niet alleen de factuur voor gezinnen is gestegen, ook de factuur voor kleine KMO’s met een verbruik van 50.000 kWh ging flink omhoog.

Daarmee is de kous nog niet af. In januari 2017 kwam er nog een verhoging van de gezinsfactuur die geschat wordt op 45 euro voor ons standaardgezin. Ze is het gevolg van wijzigingen in het distributienettarief dat in de factuur aangerekend wordt ten voordele van Eandis of Infrax. Omdat de  CREG nog geen prijsgegevens heeft voor januari 2017, is die laatste verhoging nog niet meegenomen in de bovenstaande grafieken.

Ook de discussie over de eventuele prijsstijgingen door het plaatsen van slimme meters laten we even buiten beschouwing, omdat daarover nog te veel onduidelijkheid bestaat om er een exact bedrag op te kleven.

Energie-armoede wordt zorgwekkend hoog

In 2014, dus vóór de forse stijging van de elektriciteitsfactuur, leefde al één zevende van de Vlaamse bevolking in energie-armoede. Dat valt af te leiden uit een grondige analyse van de meest recente cijfers door de Universiteit Antwerpen (Oases). Die analyse leert dat in 2014 meer dan 11 % van de Vlamingen teveel uitgaf aan energie in verhouding tot zijn inkomen (na aftrek van de woonkosten). Nog eens 3,4 % van de Vlamingen leefde in verborgen energiearmoede. Dat wil zeggen dat die groep te weinig uitgaf aan energie in vergelijking met wat een standaardgezin uitgeeft.

Energiearmoede betekent dus dat sommige mensen inleveren op levenskwaliteit om de factuur te kunnen betalen.

De situatie was dus in 2014 al verre van rooskleurig. De forse stijging van de elektriciteitsfactuur heeft ondertussen ongetwijfeld meer brokken gemaakt. Dat blijkt ook uit het dossier van de Decenniumdoelen 2017, waarin ook de impact van prijsstijgingen voor elektriciteit op mensen in armoede geduid wordt.

De regeringen hebben wel een belangrijke meevaller gehad: de (internationale) groothandelsprijzen voor elektriciteit, gas en olie zijn sinds 2014 flink gedaald. Dat heeft de energiefactuur van de gezinnen dan weer in positieve zin beïnvloed. Het had dus nog veel erger kunnen zijn. Alleen, aan die tendens lijkt nu een einde te zijn gekomen. De prijs op de groothandelsmarkten van elektriciteit, gas en olie is sinds vorig jaar terug aan het stijgen. Als die tendens zich doorzet, zullen nog veel meer gezinnen in de problemen geraken.

De vrije markt maakt elektriciteit toch net goedkoper?

Er wordt vaak gezegd dat gezinnen gebruik moeten maken van de mogelijkheid om van elektriciteits- en gasleverancier te veranderen om hun factuur te drukken. En dat klopt ook wel, we raden iedereen aan om elk jaar (ja, ieder jaar opnieuw!) mee te doen aan een van de groepsaankopen voor gas en/of elektriciteit, bijvoorbeeld die van Samen Sterker. Gezinnen kunnen er al gauw enkele honderden euro’s mee te besparen.

Steeds meer Vlamingen beseffen dat. Volgens een VREG-persbericht  wisselde in 2016 maar liefst 674.643 Vlaamse klanten (20,06% van de gezinnen en kleine bedrijven) van elektriciteitsleverancier, het hoogste switchpercentage ooit.

Vlamingen maken meer dan ooit gebruik van de vrije elektriciteitsmarkt, maar dat kon de factuur niet drukken. De kostenverhogingen van de regering hebben dat effect volledig teniet gedaan.

Ook al heeft het veranderen van leverancier een milderend effect gehad, het kon niet verhinderen dat de gemiddelde gezinsfactuur deze regeerperiode fors steeg.

Hoe kwam het zo ver?

Welke maatregelen trof de regering nu precies om onze elektriciteitsfactuur door het dak te jagen? Hierna volgt een kort overzicht van twee federale maatregelen en een hele reeks Vlaamse maatregelen. Daarbij komen we heel wat vreemde kronkels tegen die de factuur doen stijgen.

Van 21% BTW, naar 6% en terug naar 21%

De beleidsbeslissingen met betrekking tot de BTW op de elektriciteitsfactuur hebben een flinke invloed gehad. In maart 2014 liet de vorige federale regering de btw op elektriciteit dalen naar 6%. Op 1 september 2015 verhoogde de huidige federale regering de BTW op elektriciteit terug naar 21%. Dit veroorzaakte de “put” in de curves voor de drie gewesten die te zien is in grafiek 2 voor de periode januari 2015.

Het BTW-tarief van 21% is van toepassing op de meeste componenten van de elektriciteitsfactuur. Er is o.a. BTW verschuldigd op de prijs van de bij de leverancier aangekochte elektriciteit, op de vergoeding voor het gebruik van het elektriciteitsnet om die elektriciteit tot bij u thuis te krijgen en op de kosten van de openbare dienstverplichtingen die de overheid oplegt aan de distributienetbeheerders Eandis en Infrax (vooral de kosten voor groene stroom, maar ook de kosten voor REG-premies en voor het sociaal energiebeleid).

Sommige componenten van de elektriciteitsfactuur zijn – los van de BTW-verhoging – fors gestegen (zie verder). Dat is vooral het geval voor de component netvergoeding en het onderdeel openbare dienstverplichtingen. Vermits daar BTW op moet betaald worden, heeft dat voor een extra stijging van de factuur gezorgd. Toch vreemd dat de federale overheid een belasting heft op de kosten van verplichtingen die door een andere overheid opgelegd worden aan de netbeheerders.

De netbeheerders moeten voortaan vennootschapsbelastingen betalen

De federale overheid bepaalde in een wet van 19 december 2014 dat een belangrijk deel van de intercommunales vanaf 1 augustus 2015 vennootschapsbelastingen moesten betalen. Ook de distributienetbeheerders Eandis en Infrax moesten deze belasting ophoesten. Ze kregen al snel toelating van de Vlaamse energieregulator VREG om de belasting door te rekenen in de elektriciteits- en gasfacturen. Bij Infrax leidde dit bijvoorbeeld tot een verhoging van de nettarieven voor elektriciteit met 3% en een verhoging van de nettarieven voor aardgas met 12%.

Intercommunales zijn samenwerkingsverbanden tussen gemeenten die belangrijke diensten verlenen aan de bevolking. Ze organiseren bijvoorbeeld de afvalinzameling of beheren infrastructuur voor sport of voor de verdeling van gas- en elektriciteit. De Federale regering vond dat enerzijds de privébedrijven en anderzijds de overheidsinstellingen met activiteiten van winstgevende aard op fiscaal vlak gelijk behandeld moesten worden.

Dat is een vreemde redenering. De winst van privébedrijven gaat immers naar private aandeelhouders, maar de winst van intercommunales zoals Eandis en Infrax gaat naar de gemeenten-aandeelhouders die er een deel van hun werking mee betalen. De ene winst is dus de andere niet.

Afschaffing gratis elektriciteit

Het systeem “gratis stroom” hield in dat elk gezin 100 kWh aan elektriciteit gratis kreeg, vermeerderd met 100 kWh per gezinslid. Een gezin van 4 ontving dus 500 kWh gratis. Gratis was niet echt gratis, de kost van de maatregel werd terugverdiend door het resterende verbruik van alle laagspanningsklanten in Vlaanderen duurder te maken.

De afschaffing van gratis elektriciteit heeft ertoe geleid dat de energie-armoede is toegenomen.

Al is het effect ervan niet te merken in de grafieken. Deze maatregel zorgde immers niet voor een verlaging van de totale factuur van alle gezinnen samen, wel voor een herverdeling van de kosten tussen de gezinnen onderling. Weinig verbruikende (dikwijls armere) gezinnen wonnen door de gratis kWh, veel verbruikende (dikwijls rijkere) gezinnen betaalden de kosten. Met de afschaffing verdwijnt dat effect.

Voor ons (fictief) gemiddeld gezin maakte de afschaffing echter geen verschil. Dit gezin kreeg enerzijds een eerste schijf van zijn verbruik gratis, maar betaalde anderzijds een wat hogere prijs voor de tweede schijf van zijn verbruik om de kost van de maatregel te betalen.

Terzijde: het werken met een eerste “gratis” verbruiksschijf en een tweede “duurdere” verbruiksschijf, gaf ook een stimulans om zuinig om te gaan met energie. Een variant van deze maatregel – met een goedkopere schijf basisverbruik en een duurdere schijf luxeverbruik – werd in deze regeerperiode om die reden juist ingevoerd voor de waterfactuur (nadat eerder het systeem gratis water op de schop ging). De logica om dat principe dan hier af te schaffen is ver te zoeken.

Overheidsuitgaven voor rationeel energiegebruik doorgeschoven naar de elektriciteitsfactuur van de gezinnen en de kleine bedrijfjes

Deze maatregel is wel te merken in de grafieken. Onder de vorige Vlaamse regering gaf de overheid jaarlijks ongeveer 43 miljoen euro uit voor de financiering van de REG-premies die Eandis en Infrax uitbetaalden. Met die premies stimuleren de netbeheerders investeringen op het vlak van rationeel energiegebruik, bijvoorbeeld in isolatie, of in een warmtepomp, een zonneboiler of een condensatieketel. Bij het begin van deze regeerperiode schrapte de regering dit bedrag uit de begroting.

Wat er wordt “bespaard” bij de overheid, komt meteen terug als een factuur in je brievenbus.

Dat wil zeggen dat de netbeheerders de kosten die zij maken voor de uitbetaling van die premies voortaan volledig zelf ophoesten en vervolgens doorrekenen in de rubriek nettarieven op de elektriciteitsfactuur van hun laagspanningsklanten (gezinnen en kleine bedrijfjes).

Een vreemde beweging: wat we niet langer met de gewone Vlaamse begroting betalen, wordt nu rechtstreeks via de elektriciteitsfactuur betaald.

De Turteltaks

Wat goed te zien is in de grafieken, is het effect van de Turteltaks (ook bijdrage Energiefonds genoemd). Die forse uitbreiding van de Vlaamse heffing op de elektriciteitsfactuur trad in werking op 1 maart 2016 (daarvoor bestond er al een mini-versie). Ze wordt betaald per aansluitingspunt. Dat wil zeggen dat alle woongelegenheden en bedrijven die aangesloten zijn op het distributienet voor elektriciteit, de heffing moeten betalen.

Behoudens enkele uitzonderingen betaalde een gezin in 2016 minstens 100 euro per jaar. De Turteltaks werd op 1 januari 2017 al een eerste keer geïndexeerd zodat het minimumbedrag dit jaar 103,37 euro bedraagt. Voor gezinnen die veel verbruiken – bijvoorbeeld omdat ze verwarmen met elektriciteit – kan het bedrag oplopen tot 299,75 euro.

De Turteltaks komt dit jaar op kruissnelheid en moet vanaf nu jaarlijks 495 miljoen euro opbrengen. De Vlaamse overheid zal het grootste deel van de opbrengst gebruiken om – op een periode van 5 jaar – de schulden af te betalen die gemaakt zijn in het kader van het beleid ter aanmoediging van hernieuwbare energie en van warmte-kracht-installaties (WKK’s zijn installaties die tegelijk elektriciteit en warm water produceren).

Maar dat is niet alles, een deel van de taks wordt gebruikt om de werking van een overheidsinstelling te betalen (de Vlaamse Energieregulator VREG). Een ander deel wordt gebruikt om de Vlaamse steun te betalen voor het stimuleren van groene warmte in bedrijven. En opnieuw: het is vreemd dat de gezinnen via de elektriciteitsfactuur mee moeten betalen aan uitgaven voor regeringsbeleid, die door de gewone Vlaamse begroting horen te worden betaald.

Nettarieven

In deze regeerperiode werd het nettarief fors opgetrokken. Dat is de vergoeding die we betalen aan de netbeheerders Eandis en Infrax voor het gebruik dat we maken van de infrastructuur om elektriciteit te brengen van de elektriciteitscentrales tot bij de gezinnen en de bedrijven. Het nettarief omvat verder een deel van de kosten voor steun aan hernieuwbare energie, de kosten voor de REG-premies en de kosten van het Vlaamse sociale energiebeleid.

De stijgende doorrekening van de kosten voor steun hernieuwbare energie, speelt hier een belangrijke rol.

In het verleden schoten de distributienetbeheerders Eandis en Infrax een deel van die steunkosten voor. Ze maakten daartoe steeds meer schulden. De Vlaamse Regering koos ervoor om die schulden niet te betalen uit de overheidsbegroting (de belastingopbrengsten). De VREG stond Eandis en Infrax vervolgens toe om de kosten door te rekenen in de energiefactuur van – vooral – de gezinnen en de kleine bedrijfjes (de laagspanningsklanten).

Maar er is meer aan de hand. Hiervoor wezen we al op het effect van de verhoogde BTW en de vennootschapsbelasting. Bovendien lijkt er ook iets aan de hand met de verdeling van de netkosten tussen enerzijds de gezinnen en de kleine bedrijfjes zoals winkels (de laagspanningsklanten) en anderzijds de grotere bedrijven (de middenspanningsklanten). Hoewel het lastig is om hierover informatie te vinden, lijken kosten soms onredelijk sterk te worden doorgeschoven naar de laagspanningsklanten.

Dat is zeker het geval voor de kosten die de netbeheerders maken voor steun aan hernieuwbare energie. Die worden voor ongeveer 90% betaald door de laagspanningsklanten. Is er een reden om de kost voor steun aan hernieuwbare energie bijna uitsluitend te laten betalen door gezinnen en kleine bedrijven? Moet er dan daarover niet eens een maatschappelijk debat gevoerd worden?

Prosumententarief

De Vlaamse overheid voerde vanaf 1 juli 2015 een prosumententarief in. Dat houdt in dat verbruikers van door zonnepanelen opgewekte elektriciteit (eigenaars, huurders) met een terugdraaiende teller  (de kleine installaties dus) een vergoeding moeten betalen voor het gebruik dat zij maken van het distributienet.

De vergoeding wordt aangerekend op basis van het gemiddeld gebruik dat zonnepaneelbezitters maken van het net. Gemiddeld verbruiken zonnepaneelbezitters ongeveer 28% van de opgewekte stroom onmiddellijk. De overige 72% wordt geïnjecteerd in het distributienet en op een later moment terug afgenomen.

Het prosumententarief  is in principe een goede zaak. Omdat mensen met zonnepanelen ook betalen voor het gebruik dat ze maken van het elektriciteitsnet, kan het nettarief wat omlaag voor alle anderen. Al zou het prosumententarief eigenaars van zonnepanelen moeten aanzetten om zo weinig mogelijk gebruik te maken van het net door hun energieverbruik af te stemmen op hun energieproductie (lees: om meer te verbruiken als er meer zon is). Nu is dat niet het geval.

Na de kracht van verandering hoog tijd voor de kracht van verbetering!

Het is duidelijk dat er een ander beleid nodig is. De regeringen moeten echt werk maken van een betaalbare energiefactuur voor iedereen. Ze moeten ermee stoppen om de elektriciteitsfactuur te beschouwen als een melkkoe.

Voor belangrijke beleidsuitgaven – zoals die in energie-efficiëntie en gebouwenrenovatie, sociaal energiebeleid en hernieuwbare energie – moet een alternatieve financiering gezocht worden. Er zijn wel degelijk pistes die onderzocht kunnen worden, gaande van een betere verdeling van de lasten in de elektriciteitsfactuur tot alternatieve mechanismen zoals een CO2-belasting.

Het kan in ieder geval niet dat die kosten uitsluitend doorgerekend worden via de elektriciteitsfactuur en dat het gas- en olieverbruik ontsnapt. Immers, wat vanuit klimaatoogpunt gewenst is – zonnepanelen en windmolens produceren elektriciteit – maken we zo duurder. En wat vanuit klimaatoogpunt niet gewenst is – nl. het gebruik van fossiele brandstoffen – laten we ongemoeid.

Het is dringend tijd voor een grondige doorlichting van alle doorgerekende kosten en van de mate waarin die kosten doorgerekend worden aan de verschillende doelgroepen (armere en meer begoede gezinnen / kleine, middelgrote en grote bedrijven, …).

De Vlaamse overheid is begonnen met een dergelijke oefening voor de waterfactuur en moet die oefening dringend herhalen voor de gas- en elektriciteitsfactuur. Op basis daarvan kan het publieke debat gevoerd worden over de eerlijke verdeling van de factuur.