De sector van de e-commerce is aan een sterke opmars bezig in Vlaanderen. Gaat het nu om kledij, meubelen, speelgoed of fietsmateriaal: heel wat mensen hebben ondertussen het schijnbaar gemak ontdekt om met een paar muisklikken iets op het internet te bestellen en dat enkele dagen later thuis geleverd te zien.

Desondanks lezen we om de zoveel tijd doemberichten in de pers over hoe slecht het gesteld is met de e-commerce in Vlaanderen en bij uitbreiding België. Duizenden jobs en miljarden euro’s omzet zouden naar het buitenland vloeien.

E-commerce boomt, en toch staat de pers vol doemberichten. Hoe kan dat?

Alvorens hier op in te gaan, staan we even stil bij de feiten. Die vinden we in het recent door de SERV gepubliceerde advies over de stand van zaken van de e-commerce in ons land. Hieruit blijkt namelijk dat het lang niet zo slecht gaat met de ontwikkeling van de sector. We doen 5 opvallende vaststellingen.

  1. Het aandeel burgers dat ooit een onlineaankoop deed, is in Vlaanderen tussen 2006 en 2014 gestegen van 23% naar 65%. Hiermee scoort Vlaanderen hoger dan de EU28-gemiddelde (57%) en het EU15-gemiddelde (60%).
  2. Het aandeel kopers bij leveranciers uit eigen land steeg in Vlaanderen van 63% in 2008 tot 83% in 2014. Hiermee ligt Vlaanderen iets onder het gemiddelde EU28-niveau van (88%) en EU15-gemiddelde (87%), maar het duidt er wel op dat de ruime meerderheid van de Vlaamse online shoppers hun aankopen bij Vlaamse bedrijven doet.
  3. Van de omzet van de Belgische ondernemingen is 22,3% afkomstig uit elektronische handel. Hiermee scoort België hoger dan het EU-gemiddelde van 17%.
  4. Het aandeel van de totale omzet afkomstig uit e-commerce hangt nauw samen met de omvang van de onderneming: het aandeel is heel wat groter bij grote en middelgrote ondernemingen (31%) dan bij kleine ondernemingen (8,75%).
  5. Volgens de Global Retail Index (een maatstaf ontwikkelt door consultancybedrijf A.T. Kearney om aan te geven in hoeverre een land globaal attractief is voor de onlinemarkt) bevindt België zich op de 9de plaats in de wereldranglijst en op een 4de plaats binnen de EU28. Daarmee steekt het Nederland (13de plaats wereldwijd en 5de plaats EU28) voorbij als attractieve e-commercemarkt.

Hieruit kan op zijn minst geconcludeerd worden dat Vlaanderen (en bij uitbreiding België) niet ‘achterloopt’ inzake e-commerce. Sterker, we scoren regelmatig hoger dan het Europees gemiddelde. En dit ondanks een andere vaststelling die de SERV maakt, namelijk het totaal ontbreken van een beleid rond e-commerce op Vlaams niveau.

Vlaanderen loopt niet achter inzake e-commerce. Wel in tegendeel. En dat niet dankzij maar ondanks het beleid.

De vraag is dan: van waar komen al die doemberichten? De oorzaak is in de eerste plaats te zoeken in het continue lobbywerk van belangengroepen en handelsfederaties als Comeos, wiens voornaamste doel het drukken van de loonkosten binnen de sector is. De negatieve berichtgeving dient vooral het doel om de indruk te wekken dat “starre arbeidsvoorwaarden” een rem zijn op economische ontwikkeling in deze sector… en dat er dus vooral weer geflexibiliseerd dient te worden.

Dergelijke negatieve berichtgeving kadert met andere woorden in een specifieke agenda, en heeft niets te maken met de realiteit. Sterker nog: de doemberichten zelf zorgen net voor een negatieve beeldvorming die investeerders dreigt af te schrikken. Zo stelden ook enkele grote logistieke spelers recent in de krant de Tijd,  dat het dringend tijd werd om te beginnen focussen op de sterktes van de e-commerce sector in Vlaanderen, willen we niet opgezadeld zitten met een structureel perceptieprobleem ten opzicht van buitenlandse investeerders.

Of om het met de woorden van Dirk Lannoo, vice ceo van Katoen Natie uit datzelfde artikel te zeggen: “België is het mekka van de e-commerce. De sector zou beter die boodschap verspreiden in plaats van voortdurend op de zwakke punten te wijzen”.

Liberaal kopstuk Gwendolyn Rutten ging zelfs nog verder door te stellen dat het de vakbonden zijn die dé vooruitgang tegenhouden omdat ze niet willen meestappen in een eenzijdig verhaal van de complete flexibilisering van de arbeid en het nachtwerk. Dat terwijl het alvast diezelfde vakbonden zijn die in de helemaal niet zieltogende sector van de e-commerce de eerste sociale akkoorden hebben gesloten.

Het probleem bestaat niet, maar wordt opgeklopt vanuit een verborgen agenda: deregulering.

Vakbonden zijn niet tegen bijkomende tewerkstelling, vakbonden zijn tegen slechtere jobs. Het doel is net om op basis van sociaal overleg een werkbaar kader te creëren voor de bedrijven die e-commerce ontwikkelen met werkbaar werk voor de betrokken werknemers. Dat betekent dat er over correcte loon- en arbeidsvoorwaarden moet gepraat kunnen worden, een goede combinatie tussen werk en privéleven, vastheid van betrekking, …

Het feit dat dit mogelijk is in België, daarvan levert een bedrijf als Nike het bewijs. In dat bedrijf komen er 539 extra banen bij. In 1994 werkten er 199 mensen bij Nike, eind 2015 is dit opgelopen tot 2361 vaste medewerkers. Eind vorig jaar werd aangekondigd dat dat aantal zal toenemen tot ongeveer 2900 vaste medewerkers en dit dankzij een nieuwe cao op bedrijfsniveau die ook de verdere ontwikkeling van de e-commerce activiteiten mogelijk maakt.

Vakbonden zijn niet tegen bijkomende tewerkstelling, vakbonden zijn tegen slechtere jobs.

Of neem een ander voorbeeld, zoals de schoenenketen Torfs, waar recent nog een akkoord werd bereikt tussen werkgever en werknemers over de organisatie van de nachtarbeid in de magazijnen. Het personeel in de webwinkel zal er voortaan tot 23:00 kunnen werken en dit uitsluitend op vrijwillige basis én met een loonbonus van 25 procent in de avonduren.

Dit toont aan dat de verdere ontwikkeling van de e-commerce sector op basis van volwaardig sociaal overleg perfect mogelijk is in België, but it takes two to tango. De werkgevers in de sector zouden dus beter stoppen met zich de kaas van het brood te laten eten, en beginnen met akkoorden te sluiten.

Bekijk hier de link naar het SERV advies omtrent e-commerce.