De Vlaamse regering zal miljoenen euro’s uit het klimaatfonds gebruiken om tussen te komen in de elektriciteitsfactuur van een handvol grote bedrijven.

Subsidie elektriciteitskost grootverbruikers

Vlak voor het einde van de vorige legislatuur besliste de Vlaamse regering om een nieuwe subsidieregeling voor ondernemingen in het leven te roepen, onder de wat mysterieuze benaming ‘Compensatie Indirecte Emissiekosten’ of ook ‘Indirect Carbon Leakage’.

Wat is het Subsidiemechanisme Compensatie Indirecte Emissiekosten?

De steun wordt toegekend per installatie en voor de productieperiode 2013-2015 bedroeg het steunpercentage 85% van de zogenaamde indirecte emissiekosten. Dit percentage wordt 80% in de periode 2016-2018 en 75% voor 2019-2020. Bij de berekening van deze kosten wordt er evenwel forfaitair uitgegaan van een CO2-emissiefactor van 0,76 ton per Mwh. Terwijl deze in België slechts gemiddeld 0,35 ton per Mwh bedraagt. Er wordt dus meer dan tweemaal teveel ‘gecompenseerd’. De enige andere voorwaarde om recht te hebben op de steun is dat het bedrijf voor de betrokken productie-installaties instapt in een zogenaamde energiebeleidsovereenkomst. Er werd ook voorzien in de mogelijkheid tot terugvordering van steun bij stopzetting van een gesubsidieerde activiteit binnen de 5 jaar na het ontvangen van de subsidie.

Het idee achter deze steunmaatregel is dat grote industriële producenten in Europa een concurrentieel nadeel oplopen tegenover producenten buiten Europa. Dit omdat Europese elektriciteitsbedrijven verplicht zijn om emissierechten te kopen voor hun CO2-uitstoot en ze deze kost doorrekenen in de elektriciteitsfactuur.

Met deze subsidie wil de Vlaamse overheid bedrijven – binnen de krijtlijnen van de Europese staatssteunregels – dus maximaal compenseren voor deze zogenaamde indirecte CO2-kosten.  Een duidelijkere benaming voor deze steunmaatregel zou dus ‘subsidie elektriciteitskost grootverbruikers’ zijn geweest.

49 miljoen euro steun

Andere EU-landen waar bedrijven een beroep kunnen doen op deze steun zijn Nederland, Duitsland, Spanje en het VK. Daarbij kennen Duitsland en Vlaanderen de gulste (onbegrensde) subsidie-enveloppes. In 2014 kende Vlaanderen (o.b.v. productiecijfers 2013) in totaal 49.300.667,60 euro steun toe aan 104 installaties van een 70-tal bedrijven.

Mehdi_Elektriciteitsfactuur

Wat meteen opvalt is de sterk ongelijke mate waarin de steun werd verleend. Zo gaat er van de 49 miljoen euro ongeveer 44 miljoen euro naar de eerste 20 bedrijven en krijgt de top vijf 25 miljoen euro (eigen berekening op basis van informatie uit bijlage bij parlementaire vraag).

Top 5 Toegekende steun
Arcelor Mittal € 6.850.669,69
Ineos € 5.392.414,65
BASF € 5.205.286,44
Nyrstar € 4.897.348,99
Solvic € 3.225.616,06
Totaal € 25.571.335,83
Dit is geen klimaatmaatregel

Eveneens opvallend is dat de middelen voor deze bedrijfssteun voorzien worden bij het Vlaamse Klimaatfonds. Dit fonds heeft als doel “het nodige financieel kader te scheppen voor het voeren van een ambitieus langetermijnbeleid inzake klimaat” en wordt gespijsd met de Vlaamse opbrengsten uit de veiling van Europese emissierechten.

Na zes jaar onderhandelen bereikten de federale regering en de verschillende deelstaatregeringen eind 2015 eindelijk een akkoord over de verdeling van de Belgische opbrengsten uit de emissierechten en werd het Klimaatfonds dus operationeel.

Bedrijven die energiesubsidies ontvangen zouden verplicht moeten worden om maximaal te investeren in energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking.

Eind 2015 werd er ongeveer 350 miljoen euro in dit Klimaatfonds gestort voor de jaren 2013, 2014 en 2015 of ongeveer 115 miljoen euro per jaar. Met 50 miljoen euro voor 2014 kan dus verwacht worden dat de steun voor Indirecte Emissiekosten jaarlijks een grote hap zal nemen uit het budget van het Klimaatfonds. Dit terwijl je met de beste wil van de wereld niet uitgelegd krijgt hoe het subsidiëren van de elektriciteitsfactuur van grote bedrijven bijdraagt aan “een ambitieus langetermijnbeleid inzake klimaat”.

Het zou dan ook veel logischer zijn om deze zuivere competitiviteitsmaatregel te financieren uit het Hermesfonds (Vlaams fonds voor bedrijfssteun) in plaats van met klimaatmiddelen.

Transparantie, investeringen en tewerkstelling

Naast een transparante communicatie over de doelstelling van deze steun (het verlagen van de energiekost van grote bedrijven en niet het vergroenen van de economie) kan de Vlaamse regering ook de transparantie over de toekenning van deze steunmaatregel verhogen. Dit door publiek te communiceren over de toegekende steun per bedrijf.

Een aantal bedrijven hebben ook op eigen initiatief hun ondernemingsraad ingelicht over deze steun, in andere bedrijven gebeurt dit evenwel niet. Daarom is het nodig om in de steunvoorwaarden te bepalen dat de steunaanvraag ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de ondernemingsraad. Ook moet de Vlaamse regering in ruil voor deze concurrentiesteun een duidelijke en afdwingbare tewerkstellingsvoorwaarde opleggen aan de bedrijven die steun ontvangen.

Ten slotte is het niet meer dan logisch dat bedrijven die beroep doen op deze royale energiesubsidies in ruil verplicht worden om maximaal te investeren in rendabele energiebesparingsprojecten en hernieuwbare energieopwekking op hun site.