De federale en Vlaamse ministers van Werk rollen over mekaar heen in een spelletje ‘chicken’ over het herstructureringsplan bij Carrefour. “Keur jij het af! Nee, keur jij het af!” Wars van bevoegdheden wordt het lot van ontslagen werknemers de speelbal van politiek gekrakeel. Ongehoord en onbeschaamd is dat. Nochtans hoef je maar drie eenvoudige vragen te stellen om te zien hoe het echt zit.

1. Wie is er verantwoordelijk voor het ontslag?

De ontslagen werknemers van Carrefour zijn het slachtoffer van herstructurering en een besparingsronde in een multinational. Het is blijkbaar nodig om dat even in herinnering te brengen, want onze ministers van Werk lijken enkel en alleen bezig te zijn met kabaal maken over het herstructureringsplan. Meer nog, toen de herstructurering werd aangekondigd, hebben we nauwelijks politieke verontwaardiging gehoord. Het lawaai dat wordt gemaakt over de oplossing die werd gezocht voor de slachtoffers, staat in schril contrast met de oorverdovende stilte over diegene die het ontslag heeft veroorzaakt.

Het lawaai over de oplossing staat in schril contrast met de oorverdovende stilte over diegene die het ontslag heeft veroorzaakt.

Ah ja, want dat is nu eenmaal de digitalisering, mijnheer, daar kan niemand iets aan doen? Natuurlijk wel, zelfs de Vlaamse regering, bijvoorbeeld door de innovatiesubsidies zo in te zetten dat ze een instrument worden om dergelijke ontslagrondes te vermijden, in plaats van de bandeloze subsidiespeeltuin die het vandaag nog is.

En over de vraag of Carrefour een faire regeling moet treffen voor de vele gedegen en gemotiveerde medewerkers die ze opzij schuiven? De ministers zal het blijkbaar worst wezen.

2. Wie is er verantwoordelijk voor de begeleiding naar een nieuwe job?

Werklozen in SWT vallen onder een aangepaste beschikbaarheid.  Die term werd uitgevonden door de regeringspartijen toen zij op federaal niveau hebben ingebroken op een akkoord van de sociale partners ter zake. Concreet houdt dit in dat zij niet zijn vrijgepleit van zoekgedrag, maar wel een aangepast actieplan moeten krijgen van de VDAB én dat zij eerst langs een tewerkstellingscel zijn gepasseerd waarin VDAB ook een rol heeft. Maatwerk dus, precies omdat hun situatie anders is dan die van andere werklozen.  Van dat maatwerk is er nooit iets in huis gekomen.

Maatwerk, precies omdat hun situatie anders is dan die van andere werklozen. Van dat maatwerk is er nooit iets in huis gekomen.

De VDAB heeft van minister Muyters nooit de middelen gekregen om in te zetten op actieplannen op maat voor de groep in aangepaste beschikbaarheid, noch de opdracht om hieraan prioriteit te geven. Het is makkelijker om te zeggen dat het de schuld is van niet gemotiveerde SWT’ers dan om de federaal uitgewerkte regels op een goede manier te proberen toepassen. Ook hier: de ministers zetten zichzelf in de rol van roepers aan de zijlijn, terwijl hun plaats op het veld leeg blijft.

3. Wie is er verantwoordelijk voor de kans op slagen?

Who cares, jobs genoeg toch? Helaas, dat is niet zo voor iedereen. Hoe luid arbeidsmarktexperts en ministers ook het zonlicht ontkennen als het gaat over de positie van ouderen op de arbeidsmarkt, werkgevers staan nog steeds niet te springen voor deze mensen. Het aantal vijftigplussers dat bij de VDAB in de rij staat voor een job is ondertussen  bijna 60.000. Jaarlijks geraakt slechts 13%  van de jongsten binnen die groep (50-55 jarigen) aan het werk.  Voor de groep boven de 55 jaar verwatert dit tot minder dan 5%.

Laten we eerlijk zijn: wie van ons wil er na jaren trouwe dienst graag overstappen naar een startersjob met het loon van een achttienjarige?

Wie in het stelsel van SWT zit, kan de bedrijfstoeslag houden wanneer men een nieuwe job vindt. Dat is een stimulans om in te gaan op een jobaanbod, als dat er zou zijn. Maar laten we eerlijk zijn: wie van ons wil er, wanneer je aan de kant wordt gezet na jaren trouwe dienst, graag overstappen naar een startersjob met het loon van een achttienjarige? Nochtans is dat exact wat de ministers nu verwachten. Bij Carrefour gaat het ten andere over werknemers die al tot 40 jaar gewerkt hebben als kassierster of aanvuller.

Op een schaarse markt verwacht je normaal gezien dat de prijs omhoog gaat om het verschil nog te kunnen maken. Niet zo op onze arbeidsmarkt, want de ministers willen het loon omlaag. En de kwaliteit van jobs is wel het laatste waaraan ze vandaag werken. De Vlaamse maatregelen rond werkbaar werk werden afgeschaft, het federale debat over werkbaar werk draait enkel om meer flexibiliteit.

Dat is drie keer schuldig verzuim als het op beleid aankomt om werknemers te beschermen en vooruit te helpen. En als klap op de vuurpijl: een minister is er toe gehouden om de bestaande wetgeving uit te voeren, een wetgeving die nota bene door de zittende regeringsploeg is goedgekeurd. Het sociaal overleg binnen Carrefour doet niets meer dan onderhandelen binnen het bestaande pakket van maatregelen. De regels veranderen tijdens het spel is een aanfluiting van dat sociaal overleg.

Mogen we het onwettige afwezigheid noemen, vanwege het beleid? Op de arbeidsmarkt is zoiets normaal reden tot ontslag. Niet zo voor ministers.

Jean-Marie De Baene, kabinetschef ABVV schreef dit artikel

samen met Philippe Diepvents, directeur studiedienst Vlaams ABVV.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPrint this pageEmail this to someone